Dirrek

Dirrek is een asielzoekers jochie dat bij ons om de hoek zijn kamp heeft opgeslagen samen met nog 150 lotgenoten. Zijn naam dankt hij aan het feit dat we bij diverse pogingen om zijn werkelijke naam uit te spreken, het ons niet lukte zonder daarbij een dubbele tongbreuk op te lopen. Jan, een goede vriend van mij, besloot daarop maar om hem voortaan Dirrek te noemen. Het jochie stemde er vrolijk mee in op het moment dat hij daarvoor 2 euro in zijn vuile knuistje kreeg gedrukt.

imageDirrek is samen met zijn ouders ongeveer 4 jaar geleden naar Nederland gekomen, gaat inmiddels naar iets wat onderwijs pleegt te heten en spreekt daarom nu een paar worden Nederlands. Soms krijg ik tranen in mijn ogen. Telkens als hij me ziet begint hij trouw zijn vaste riedeltje. De omstreden rekentoets van de PvdA passeert hij met glans als hij de tafel van 10 opdreunt. Dat hij daar altijd mee begint kan natuurlijk ook komen omdat ik hem beloon. Het muntstuk van 50 cent doet het nog steeds. Ik vraag me wel eens af hoe lang dit nog duurt. Vroeg of laat krijgt hij door dat ik er ook graag een euro of meer voor over heb om hem maar tot zwijgen te krijgen.

Vlak voordat ik mijn stamplekje zou gaan innemen in de kroeg op de hoek kijk ik nog eenmaal om. Normaal zit Dirrek onder de brug te schooieren, maar dit keer niet. Erg ongebruikelijk. Het is namelijk nog niet eerder gebeurd dat op mijn weg naar het hemelse vocht, Dirrek niet even zijn tafel kwam opzeggen. Dit euvel werd al snel verklaard. Dirrek zat met zijn vader in het café, en nog wel aan mijn tafel.image

‘Wat doen jullie hier?’
Dirrek keek naar zijn vader die mij met zijn diepdonkere ogen doorboorde. Ik pikte de verkeerde interpretatie gelukkig snel op.
‘Ik bedoel, je mag hier wel zitten maar waarom zijn jullie hier binnen?’
‘We hebben iets te vieren.’
Ik weet niet of ik meer verrast was door het perfecte Nederlands van Dirrek zijn vader of door het antwoord wat ik kreeg. De vraagtekens rond mijn gezicht nodigde uit voor meer.
‘We krijgen ons eigen huis. We zijn zo blij met de huidige vluchtelingenstroom. Nu ons kampement overvol raakt mogen wij doorstromen naar een pand aan de singel.’

Een klap op mijn kin van Jan deed mijn opengevallen mond weer sluiten. In mijn gedachte verklaar ik dit land volledig ontspoord. Dit is nou de resultante van de alsmaar falende politiek. De leugen van meer opvang in de eigen regio is nu al achterhaald. Met meer dan 500 aanslagen op asielzoekerscentra in Duitsland alleen, stevenen we dus regelrecht af op een burgerlijke ongehoorzaamheid, die zijn weerga niet kent.

‘Oh’ komt er maar ternauwernood uit mijn mond. Ik moet gelijk aan mijn buurjongen denken. Een brok ontuig toen hij nog aan zijn brommer knutselde maar sinds hij omgaat met dat mokkeltje van 3 blokken verder is hij een stuk rustiger geworden. Zij werken allebei en hebben het redelijk voor elkaar. Het enige wat ze echt graag willen is samen een huisje betrekken en een gezinnetje stichten. Echter de wachtlijsten zijn dermate dat deze jongeman al negen jaar op de wachtlijst staat.

‘Biertje?’ Jan probeert een beetje de kou uit de lucht te halen als hij me zo ziet denken. Hij kent me te goed en weet waarschijnlijk wat er zich in die kersenpit van mij afspeelt. Zonder dat ze deelgenoot zijn van mijn gedachten doe ik een poging.
‘Maar als die mensen die al zo lang wachten?’
Dirrek en zijn vader kijken naar mij en begrijpen niet waar ik op doel. Ze halen hun schouders op en bestellen nog een drankje. Een alcohol vrij biertje, dat wel. Het was voor mij altijd een raadsel waarom dit soort vocht geschonken werd in een café. Je gaat per slot voor een borrel. Maar het lichtje gaat aan en ik realiseer me dat ook mijn wereld gaat veranderen.

Ik drink zonder te gaan zitten mijn biertje. Opeens is de lust om even gezellig over de niet wereldse problemen te praten mij ontnomen. Ik zou niet weten hoe ik dat eerlijk gezegd met Dirrek aan tafel zou moeten doen. Ik zeg saluut en laat een paar vrienden achter met vraagtekens op hun hoofd.

imageOnderweg zie ik een stel plakjongens de pas opgehangen billboards hier en daar over plakken. De drinkende jongere, geschoten in Amsterdam, worden van hun glazen ontdaan. Ik loop op hen af en vraag wat er mis is met de poster. Per slot hangt hij er al een paar weken.
‘We willen geen aanstoot geven aan onze nieuwe bewoners’ kermt één van hen tijdens het plakken.
We verkwanselen onze normen en afkomst. Ik zet de kraag hoog op en loop al mijmerend verder. We zijn volslagen krankjorum geworden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.