Tagarchief: ijsland

Elfen

Al klauterend onder het overhangende rots gedeelte door, realiseerde hij zich dat dit pad niet of zelden was betreden. In de verte had hij een waterval gezien die leek te worden opgedronken door een enorme bek van vulkanisch gesteente. Bijna direct was de drang aanwezig om het binnenste van deze onverzadigbare trog te onderzoeken. Hij was al een behoorlijk stuk gevorderd maar het laatste stukje was echt kruipdoor sluipdoor.
Ver kon het echter niet meer zijn want een mist van waterdamp werd continue over hem uitgestrooid en gutste van zijn gezicht. Glibberend over de afgesleten kasseien kwam hij pas voor pas dichter bij zijn doel.

SONY DSCHurkend kwam hij onder de laatste rotspartij vandaan. Daar stond hij dan, met voor hem  een oase aan schoonheid. Een  brede straal van zilver gekleurd water vond zijn weg naar beneden vanaf een zestig meter hoog gelegen rotswand. Haast in perfecte harmonie kletterde het water op de harde stenen, daarbij een deken opwerpend van miljoenen minuscuul kleine waterdruppeltjes. Het omringende groen versmolt deze weer tot kleine stroompjes zodat waar je ook keek het een groot symfonie was van neerdalend vocht. Voor hem openbaarde zich een waar plaatje dat zo uit een of nader sprookje was gehaald.
Ondanks het oorverdovende gekletter straalde het geheel een rust uit die hij nog niet eerder had ervaren.

Diverse soorten mos, overal stroompjes water en zelfs bloeiende plantjes in deze super natte omgeving lieten hem van de ene verbazing in de andere vallen. Hier komt nooit iemand. En toch was er iets in hem dat vertelde dat hij niet alleen was. Langzaam ronddraaiend op een groot blok steen speurde hij de omgeving af maar er was duidelijk niemand anders te bekennen. Opeens viel zijn oog op een stuk rots die een afwijkende vorm had. De restanten van het ooit vloeibare steen waren over het algemeen grillig, scherp en puntig van vorm. Deze echter niet. Hij deed een paar stappen naar voren en hield plots in.

elf+elfjeDaar stond hij, oog in oog met een wel heel bijzonder figuur. Hij knipperde nog eens met zijn ogen maar deze bedrogen hem niet. Voor hem openbaarde zich een in licht omgeven vrouwenfiguur. De diepbruine amandel ogen keken hem strak aan. Haar als gouden draden omlijstte haar puntgave gezicht. Een weerspiegelende jurk omkleedde haar fantastische figuur en haar schoentjes leken wel gemaakt van het meeste frisse mos ooit gezien. Pas toen vielen haar oren op die half schuin naar achter met de punt omhoog door haar glanzende haar staken.

‘Wie ben…nee, wat ben jij?’
Alleen het geraas van massa’s vallend water vulde de sprookjesachtige ruimte.
‘Ik ben Annwfyn’ verhulde ze met zachte stem.
‘En ja, ik ben wat je nu denkt dat ik ben. Je had me eigenlijk niet mogen zien.
Ik dacht dat wegging toen je je omdraaide.’
Vol van verbazing stond hij aan de grond genageld en was niet in staat om enig woord uit te brengen.
‘Ik zal je doen vergeten’  ging ze vervolgens verder. Je mag daarvoor iets terug vragen. Wat zal dat zijn?’
Geen van de woorden kwamen binnen en voor hij er erg in had zie hij:
‘Ik wil zo graag naar mijn hotel.’

Zwetend werd hij wakker. Hij had bijna geen oog dichtgedaan. Gehinderd door het niet donker worden gedurende de zomermaanden was hij uitgeput en moe.
Hij keek op zijn horloge. Hij had net twee uurtjes geslapen en voelde zich gebroken.

‘Vandaag gaan we naar Ragnhildur Jónsdóttir’  hoorde hij naast zich.
Zijn vriendin was al even wakker en legde een boekje vol wetenswaardigheden over IJsland terug op haar nachtkastje.
‘Kijk ik naar uit. Wat kijk je nou?’
Blijkbaar had hij de meest onnozele blik opgezet die je bedenken kon.

‘Je weet wel, die vrouw die vecht voor het voortbestaan van de elfen, ook wel de elfenfluisteraar genoemd.’
‘Doe toch niet zo mal, elfen bestaan helemaal niet. Dat weet jij toch ook.’

Impressies

Het was ongeveer een vijftal minuten lopen van mijn hotel. Al een paar dagen liepen we door het stadje en vanuit welke hoek je ook keek, het hoogste en tevens meest markante gebouw, was altijd zichtbaar. Gelegen op het hoogste punt in de stad toornde deze kolos van bijna vijfenzeventig meter hoog boven de in felle kleuren geschilderde huisjes uit.

kerkIk was onder de indruk van het gebouw. Geïnspireerd door de grote basalt partijen op het eiland heeft het haast een surrealistisch uiterlijk. Pas in 1986, ruim zesendertig jaar na de dood van de architect en na ruim eenenveertig bouwjaren, opende Hallgrimskirkja zijn deuren voor zijn Gemeente.

De aantrekkingskracht was enorm. Al meerdere malen had ik er op aangedrongen om naar binnen te gaan bij mijn reisgenoten. Het moment was daar. Overmand door de eenvoud en de hoeveelheid warm licht maakte dit gebouw tot een onovertroffen schoonheid. Simpel en zonder poespas straalde het uit waar het voor neer gezet was. Rust, gebed, veiligheid en geborgenheid.

Met de mond open draaide ik me halverwege om en een fantastisch instrument brandde zich vast op mijn netvlies. Maar liefst vijfduizend tweehonderdvijfenzeventig pijpen nemen het hele gedeelte boven de ingang in beslag. Met zijn tweeënzeventig registers en vier klavieren een van de meest indrukwekkende kerkorgels die ik ken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERANog onder de indruk van het enorme gevaarte zette ik mij op één van de bankjes en liet de impressies langzaam op mij inwerken. De stilte werd doorbroken met onverwachte diepe klanken die gelijk het diepste in mij raakte.
Mijn regelmatige ademhaling stokte en de lucht kwam nu met horten en stoten naar binnen. Niet lang daarna voelde ik het vocht aanzwellen in mijn ogen en een eerste traan was geboren. Haast op het ritme van de diepe klanken van de immens grote orgelpijpen baande het vocht zich een weg over mijn stoppelige wang naar beneden.

De bassen werden plots aangevuld met het serene geluid van een viool, dansend op het repeterende ritme van het orgel. Met schokken haalde ik adem en een tweede traan vond zich een weg. Ik draaide me hoofd om en zag een meisje van nog geen twintig een klassiek stuk spelen zoals ik nog zelden gehoord had. Mijn waterige ogen namen nog net waar dat er iets van Sonate en Bach op het muziekblad stond. Als dit een oefening was, hoe zou dan de uitvoering klinken?

Emoties kregen de overhand en langzaam droomde ik weg.
Zonder digitale correcties kwamen de tonen binnen en elke noot was raak.
Even was ik in een andere wereld. Een wereld zonder haat en geweld.
Alles was zuiver en puur.

‘Schat, is er iets met je?’

Iets uitbrengen kon ik niet. De eeuwige strijd of een man wel mag huilen wierp een blokkade op in mijn keel. Gelukkig was het de emotie die won.

‘Nee, niks bijzonders’ snotterde ik. ‘Dat dit nog bestaat.‘