Tagarchief: Kort Verhaal

Stinkerd

Het hoge woord is er uit. We kunnen allemaal opgelucht ademhalen. Of juist niet? Een van de hoofdonderzoekers van de universiteit van Exeter is er in elk geval laaiend enthousiast over.  En volgens de sociale media is de ‘Dutch oven’ eindelijk gerechtvaardigd.

We hebben er vast allemaal een keer mee te maken gehad. Jij en je partner liggen heerlijk in bed. Je leest wat, bent aan het bij komen van een potje ruige seks of je ligt nog even de dingen door te nemen van de dag. Niets aan de hand. Totdat een van beiden een onbedwingbare kramp voelt komen opzetten. Uit respect voor je partner doe je alle mogelijke moeite om niet gelijk alle sluizen te openen. Nee, dat wil je niet. Helaas neemt de geest het over van het fysieke en een satanisch plan ontspruit zich aan je brein. Langzaam, met zo min mogelijk geluid en met geknepen billen, pers je zachtjes de overdruk naar buiten. Aan de stroming langs je aarsharen voel je al dat het foute boel is. Jij weet dat, je partner nog niet.

Direct na het lozen van de vochtige warme lucht, trek je het dekbed over je partner heen. Zij/hij heeft geen andere mogelijkheid dan de zojuist ontstane overdruk van de groene en vaak kruidige wolk maximaal naar binnen te zuigen.

De wind, scheet, flatus, ruft, föhn of hoe het ook heten mag, Mark Wood heeft er één grote lofzang over gepubliceerd in zijn vakblad. De waterstofsulfide verbinding, de chemische verbinding die zorgt voor een geur van rotte eieren, wordt volgens hem de held van de gezondheidszorg in de nabije toekomst. Veel darmgassen, hoe groener hoe beter, hebben een preventieve werking op ziektes als  dementie, hartaanvallen, beroertes en zelfs kanker. Hoe ranziger het dus gaat ruiken in de slaapkamer, hoe gezonder het dus is. Volgens Mark gaat het openen van de billen een waardig onderdeel uitmaken van therapieën voor het behandelen van vele ziektes.

Voorkomen is beter dan genezen. Ik wacht dus niet tot het zover is. Elke avond trakteer ik mijn partner op een heuse dosis onaangename luchtjes. Er zijn dagen bij dat zelfs ik er beroerd van word, maar er gaat niets boven de gezondheid van mijn partner. Soms houd ik er met de lunch al rekening mee. Uit de inmiddels aangeschafte literatuur, kan ik een menu samenstellen dat gegarandeerd een orkaan aan sulfiden produceert. Laatst had ik het idee dat er zoveel gas in onze kamer hing, dat er een ware verduistering plaatsvond. Mede veroorzaakt door mijn partner, dat wel. Na mijn eerste concert van een ziltige mistral was het ijs gebroken. Het rechtvaardigt haar nu om ook de veest te laten varen, vertelde ze me. Natuurlijk is het haar zorg over mijn gezondheid, dat snap ik ook wel. Dat het duister maakt is een bijkomend element dat als spel gezien moet worden. Stank stinkt en is niet zichtbaar. Tegenwoordig sluiten wij de dag af met een kwartiertje trompetteren in plaats van dat duffe lezen. Heel gezond.

Daar ik het ook goed voor heb met mijn medewerkers, ben ik met wat gezondheid impulsen  begonnen op het werk. Vlak voor dat mijn medewerkers het kantoor binnen komen, pers ik nog net vlug een wolkje gezond naar buiten. Qua timing is daar wel wat oefening voor nodig. Als je te vroeg perst, gaat het meest gezonde verloren in de open ruimte. Ben je te laat, dan krijgt het geluid de overhand. Je verliest als manager krediet bij je medewerker en je blijft gegeneerd achter. Timing is dus cruciaal.

Half over mijn bureau hangend willen ze dan wat vragen. Ze komen vaak niet verder dan een halve zin om zich direct om te draaien met de mededeling dat ze later wel even terug komen. Ze zijn er blijkbaar nog niet aan toe denk ik dan. Maar ik hou vol. Het is per slot van rekening voor hun eigen bestwil.

Opa

Inzending NPO boekenweek schrijfwedstrijd.

Opa is dood. Na 92 jaar heeft zijn hart hem in de steek gelaten ondanks de dagelijkse dosering aan medicijnen. Ik zal hem herinneren als een bijzonder man. Komend uit de Amsterdamse pijp zat hij vol met humor die velen maar niet wilden begrijpen. Een pestkop bij uitstek die ruim 55 jaar lang mijn grootmoeder de kast opjaagde. Telkens weer en vaak met hetzelfde. Opa had iets mysterieus. Werkend in de blikfabriek was hij al snel een aantal delen van zijn vingers kwijt. Als klein jongetje had dat een ongekende aantrekkingskracht. Een hand met halve vingers prikkelde de fantasie als geen ander. Messen en slachtpartijen speelden door mijn hoofd. Om achter de werkelijke gebeurtenis te komen gaven mijn ouders steeds hetzelfde antwoord: Opa praat daar niet graag over. Het mysterie werd verder aangewakkerd.

De goede man leerde mij vissen. Bracht mij plantkunde bij en was een groot verteller. De tussenuren van school waren nooit vervelend. Na de lunch had Opa altijd wel een verhaal. Hangend aan zijn lippen was een uur zo voorbij. Klifhangers waren op zijn lijf geschreven. Hij stopte altijd op het moment suprême. Ik keek dan naar mijn grootmoeder die schuddend naar mij keek. Je gelooft het zelf toch niet jongen, zei ze dan. Een brede glimlach verscheen op zijn pokdalige kop die hij daarna tegen de antimakassar legde voor zijn middagslaapje. Weer een poets gebakken.

Op een dag zag ik in de boekenkast een heel oud boek staan. Eentje met een slot erop. Het was gestald op een driepoot, zoals je ook wel Bijbels en andere kostbare boeken ziet. Iets dichterbij bekeek ik de fluwelen kaft met de krullende letters. Het moest wel iets heel speciaals zijn als Opa dat zo uitstalde. Onder het grijze woordje ‘De’ pronkten de gouden woorden ‘Verboden Vruchten’. Ik wilde het pakken maar Opa greep in. Verboden voor mij klonk het. Ik moest eerst maar eens wat ouder worden. Een obsessie was geboren.

De jaren daarna heb ik diverse keren een poging gedaan het boek te bemachtigen. Telkens kreeg ik hetzelfde antwoord. Een keer had ik het in handen maar het zat uiteraard op slot. En openbreken zou een doodzonde zijn. Op mijn 21ste deed ik wederom een verzoek. Ik moest nog maar even wachten zei Opa. Van uitstel komt afstel riep ik wijselijk. Weer die brede glimlach. Ik heb het nooit mogen ontvangen.

Gister sprak ik op zijn crematie. Ik refereerde aan zijn avontuurlijke verhalen en de pesterijtjes die hij met iedereen uithaalde. Ik deed het af met Amsterdamse humor. Na afloop duwde Oma een kist in mijn handen. Dit wilde hij graag, zei ze. Een klein sleuteltje in een kist. Echt iets voor hem. Het boek was eindelijk voor mij. Ik mag nu de geheimen onthullen van een mysterie dat me al 40 jaar bezighoudt. De kaft ruikt naar avontuur. Gespannen draai ik het sleuteltje om. Het papier kraakt als ik het openvouw. Niets. Geen letter. Blanke pagina’s. Dan zijn handschrift.
Je gelooft het zelf toch niet, jongen?

Dopamine

Het groepje mensen bij de purser aan de gate, verraadt dat er iets aan de hand is. Even later is ook bij ons bekend dat de vlucht vertraagd is. Door de dag opgelopen vertragingen maakt dat de laatste vlucht minstens twee uur later zal vertrekken. Nachtwerk dit keer.
Een mevrouw met een baby maakt zich zorgen of de vlucht nog wel gaat, anders gaat ze wel in een hotel met die kleine. We krijgen een voucher voor een summiere hap ergens aan de andere kant van de terminal. Bewust of niet, maar niet iedereen zal de tocht ondernemen.

Mijn oog valt op een klein ventje met zwart krullend haar. Zijn donkere ogen kijken me aan. De speen in zijn mond is het enige wat beweegt. Ik ben verkocht. Het is zo’n plaatje wat je weleens op de televisie ziet als er geld opgehaald wordt. Zo’n koppie dat meelijden opwekt. Een koppie die je op een postzegel zou afdrukken en dat je dan blij wordt als je hem mag plakken. Zo’n jochie die je oppakt en voor heel lang knuffelt. Zo’n knulletje was het. Ik zie dat zijn ouders het drinken laten scannen net als wij dat deden voor onze compensatie maaltijd.

Het  lijkt wel of alles hapert deze dag. Van de tropische temperatuur in de lounge is de overgang naar de slurf wel erg cru. Het is zeker een graad of vijfentwintig kouder.  De ventilator blaast slechts koude lucht maar dat zal wel met het tijdstip van de avond te maken hebben. Ik neem het voor lief, ik wil naar huis. We nemen onze plaatsen in aan de rechterzijde van het toestel. Opeens realiseer ik me dat toeval niet bestaat. Links naast me, op nog geen meter, zit het knuffeljongetje. Dezelfde blik, hetzelfde smelt gevoel. Alleen de beweging van de speen ligt wat hoger.

We rijden eindelijk weg van de gate. Op weg naar huis. Althans dat dacht ik. De kou gooit roet in het eten. Het toestel ondergaat een de-ice actie. De penetrante geur van een alcohol-glycol mengsel verdrijft de verbrande kerosine lucht. Ik kijk naar de jonge god naast mij. Onverstoorbaar tuurt hij naar een piepklein scherm. Geen besef van wat er om hem heen gebeurd, zie ik dat zijn donkere bruine kijkers langzaam het apparaat worden ingezogen. Een volgende generatie dopamine verslaafde is geboren. Het knuffeleffect spat als een zeepbel bij mij uiteen. Hoe jammer is het dat kinderen zo snel aan dit soort apparaten worden gewend. Wat deden mijn ouders toen ik zijn leeftijd had. Mobieltjes waren er per slot nog niet.

Het de-ice proces brengt me terug naar mijn jeugd. Langere perioden van vorst waren nog gewoon. Ik zie mijn vader nog beulen op de sloot voor ons huis om deze maar sneeuwvrij te krijgen. Al vroeg in de ochtend kreeg ik Friese doorlopertjes ondergebonden en hupsakee, naar buiten en leren schaatsen. Eerst met een stoel, daarna achter een slee en uiteindelijk na een paar dagen kon je zonder hulpmiddelen je over het gladde oppervlak begeven. Zeker in het begin waren er momenten dat ik meer naast de ijzers stond dan erop. Een van mijn ouders kwam dan om ze opnieuw onder te binden. Pijn of niet, ze bonden ze strakker om dan ooit. Opnieuw ervaar ik de pijn van toen. Ik huilde en ik wilde niet meer. Maar mijn ouders waren onverbiddelijk. Net als zwemmen was dit iets wat onderdeel uit maakt van het leven. Dat was mijn dopamine shot. IJs gaf ons plezier.

Naar school over de bevroren slootjes en landerijen; land over zand noemden we dat. En een enkele keer moest je terug vanwege een natzeikie. Door dommigheid was je dan in een wak gelopen of had je bewust het bomijs opgezocht. Moeder was minder blij maar voor je vrienden was je de bink. Bij de geringste vorst werd met spanning uitgekeken naar goed ijs in de sloot. We kregen er een kick van. En dan het liefst van dat zwarte met hier daar van die mooie witte luchtbellen erin. Bij het uitrijden van een toertocht kreeg je pas echt een goed gevoel. De dopamine deed zijn werk.

Vlak voor de landing kijk ik nog even naar links. Bijna de hele vlucht heb ik het postzegeljochie gevolgd. Ik vraag me af of hij wel meer dan tien keer met zijn ogen heeft geknipperd. Als het al zo is geweest, dan moet het op het moment zijn gebeurd dat hij van zijn plastic computertje gewisseld is naar het mobiel van zijn moeder en terug. Hij zal waarschijnlijk nooit leren schaatsen of de kick daarvan van krijgen. Zijn dopamine toevoer wordt volledig beheerst door elektronica die we maar al te makkelijk onze kinderen voorschotelen. Hetzelfde gevoel van moeten geven bij zo’n televisie actie komt in me op. Al weet ik niet goed  wat ik dan zou moeten geven. Zo’n mooi jochie, dat zal opgroeien zonder het plezier en de verrijking die mijn ouders mij ooit hebben gegeven. Voor hem is het al te laat. Het knulletje gaat waarschijnlijk  krijgen wat zijn hartje begeert maar zal nooit leren wat echt geluk is. Levensgeluk dat middels pijn en doorzetting is verkregen.