Tag archieven: Kort Verhaal

Stinkerd

Het hoge woord is er uit. We kunnen allemaal opgelucht ademhalen. Of juist niet? Een van de hoofdonderzoekers van de universiteit van Exeter is er in elk geval laaiend enthousiast over.  En volgens de sociale media is de ‘Dutch oven’ eindelijk gerechtvaardigd.

We hebben er vast allemaal een keer mee te maken gehad. Jij en je partner liggen heerlijk in bed. Je leest wat, bent aan het bij komen van een potje ruige seks of je ligt nog even de dingen door te nemen van de dag. Niets aan de hand. Totdat een van beiden een onbedwingbare kramp voelt komen opzetten. Uit respect voor je partner doe je alle mogelijke moeite om niet gelijk alle sluizen te openen. Nee, dat wil je niet. Helaas neemt de geest het over van het fysieke en een satanisch plan ontspruit zich aan je brein. Langzaam, met zo min mogelijk geluid en met geknepen billen, pers je zachtjes de overdruk naar buiten. Aan de stroming langs je aarsharen voel je al dat het foute boel is. Jij weet dat, je partner nog niet.

Direct na het lozen van de vochtige warme lucht, trek je het dekbed over je partner heen. Zij/hij heeft geen andere mogelijkheid dan de zojuist ontstane overdruk van de groene en vaak kruidige wolk maximaal naar binnen te zuigen.

De wind, scheet, flatus, ruft, föhn of hoe het ook heten mag, Mark Wood heeft er één grote lofzang over gepubliceerd in zijn vakblad. De waterstofsulfide verbinding, de chemische verbinding die zorgt voor een geur van rotte eieren, wordt volgens hem de held van de gezondheidszorg in de nabije toekomst. Veel darmgassen, hoe groener hoe beter, hebben een preventieve werking op ziektes als  dementie, hartaanvallen, beroertes en zelfs kanker. Hoe ranziger het dus gaat ruiken in de slaapkamer, hoe gezonder het dus is. Volgens Mark gaat het openen van de billen een waardig onderdeel uitmaken van therapieën voor het behandelen van vele ziektes.

Voorkomen is beter dan genezen. Ik wacht dus niet tot het zover is. Elke avond trakteer ik mijn partner op een heuse dosis onaangename luchtjes. Er zijn dagen bij dat zelfs ik er beroerd van word, maar er gaat niets boven de gezondheid van mijn partner. Soms houd ik er met de lunch al rekening mee. Uit de inmiddels aangeschafte literatuur, kan ik een menu samenstellen dat gegarandeerd een orkaan aan sulfiden produceert. Laatst had ik het idee dat er zoveel gas in onze kamer hing, dat er een ware verduistering plaatsvond. Mede veroorzaakt door mijn partner, dat wel. Na mijn eerste concert van een ziltige mistral was het ijs gebroken. Het rechtvaardigt haar nu om ook de veest te laten varen, vertelde ze me. Natuurlijk is het haar zorg over mijn gezondheid, dat snap ik ook wel. Dat het duister maakt is een bijkomend element dat als spel gezien moet worden. Stank stinkt en is niet zichtbaar. Tegenwoordig sluiten wij de dag af met een kwartiertje trompetteren in plaats van dat duffe lezen. Heel gezond.

Daar ik het ook goed voor heb met mijn medewerkers, ben ik met wat gezondheid impulsen  begonnen op het werk. Vlak voor dat mijn medewerkers het kantoor binnen komen, pers ik nog net vlug een wolkje gezond naar buiten. Qua timing is daar wel wat oefening voor nodig. Als je te vroeg perst, gaat het meest gezonde verloren in de open ruimte. Ben je te laat, dan krijgt het geluid de overhand. Je verliest als manager krediet bij je medewerker en je blijft gegeneerd achter. Timing is dus cruciaal.

Half over mijn bureau hangend willen ze dan wat vragen. Ze komen vaak niet verder dan een halve zin om zich direct om te draaien met de mededeling dat ze later wel even terug komen. Ze zijn er blijkbaar nog niet aan toe denk ik dan. Maar ik hou vol. Het is per slot van rekening voor hun eigen bestwil.

Opa

Inzending NPO boekenweek schrijfwedstrijd.

Opa is dood. Na 92 jaar heeft zijn hart hem in de steek gelaten ondanks de dagelijkse dosering aan medicijnen. Ik zal hem herinneren als een bijzonder man. Komend uit de Amsterdamse pijp zat hij vol met humor die velen maar niet wilden begrijpen. Een pestkop bij uitstek die ruim 55 jaar lang mijn grootmoeder de kast opjaagde. Telkens weer en vaak met hetzelfde. Opa had iets mysterieus. Werkend in de blikfabriek was hij al snel een aantal delen van zijn vingers kwijt. Als klein jongetje had dat een ongekende aantrekkingskracht. Een hand met halve vingers prikkelde de fantasie als geen ander. Messen en slachtpartijen speelden door mijn hoofd. Om achter de werkelijke gebeurtenis te komen gaven mijn ouders steeds hetzelfde antwoord: Opa praat daar niet graag over. Het mysterie werd verder aangewakkerd.

De goede man leerde mij vissen. Bracht mij plantkunde bij en was een groot verteller. De tussenuren van school waren nooit vervelend. Na de lunch had Opa altijd wel een verhaal. Hangend aan zijn lippen was een uur zo voorbij. Klifhangers waren op zijn lijf geschreven. Hij stopte altijd op het moment suprême. Ik keek dan naar mijn grootmoeder die schuddend naar mij keek. Je gelooft het zelf toch niet jongen, zei ze dan. Een brede glimlach verscheen op zijn pokdalige kop die hij daarna tegen de antimakassar legde voor zijn middagslaapje. Weer een poets gebakken.

Op een dag zag ik in de boekenkast een heel oud boek staan. Eentje met een slot erop. Het was gestald op een driepoot, zoals je ook wel Bijbels en andere kostbare boeken ziet. Iets dichterbij bekeek ik de fluwelen kaft met de krullende letters. Het moest wel iets heel speciaals zijn als Opa dat zo uitstalde. Onder het grijze woordje ‘De’ pronkten de gouden woorden ‘Verboden Vruchten’. Ik wilde het pakken maar Opa greep in. Verboden voor mij klonk het. Ik moest eerst maar eens wat ouder worden. Een obsessie was geboren.

De jaren daarna heb ik diverse keren een poging gedaan het boek te bemachtigen. Telkens kreeg ik hetzelfde antwoord. Een keer had ik het in handen maar het zat uiteraard op slot. En openbreken zou een doodzonde zijn. Op mijn 21ste deed ik wederom een verzoek. Ik moest nog maar even wachten zei Opa. Van uitstel komt afstel riep ik wijselijk. Weer die brede glimlach. Ik heb het nooit mogen ontvangen.

Gister sprak ik op zijn crematie. Ik refereerde aan zijn avontuurlijke verhalen en de pesterijtjes die hij met iedereen uithaalde. Ik deed het af met Amsterdamse humor. Na afloop duwde Oma een kist in mijn handen. Dit wilde hij graag, zei ze. Een klein sleuteltje in een kist. Echt iets voor hem. Het boek was eindelijk voor mij. Ik mag nu de geheimen onthullen van een mysterie dat me al 40 jaar bezighoudt. De kaft ruikt naar avontuur. Gespannen draai ik het sleuteltje om. Het papier kraakt als ik het openvouw. Niets. Geen letter. Blanke pagina’s. Dan zijn handschrift.
Je gelooft het zelf toch niet, jongen?

Dopamine

Het groepje mensen bij de purser aan de gate, verraadt dat er iets aan de hand is. Even later is ook bij ons bekend dat de vlucht vertraagd is. Door de dag opgelopen vertragingen maakt dat de laatste vlucht minstens twee uur later zal vertrekken. Nachtwerk dit keer.
Een mevrouw met een baby maakt zich zorgen of de vlucht nog wel gaat, anders gaat ze wel in een hotel met die kleine. We krijgen een voucher voor een summiere hap ergens aan de andere kant van de terminal. Bewust of niet, maar niet iedereen zal de tocht ondernemen.

Mijn oog valt op een klein ventje met zwart krullend haar. Zijn donkere ogen kijken me aan. De speen in zijn mond is het enige wat beweegt. Ik ben verkocht. Het is zo’n plaatje wat je weleens op de televisie ziet als er geld opgehaald wordt. Zo’n koppie dat meelijden opwekt. Een koppie die je op een postzegel zou afdrukken en dat je dan blij wordt als je hem mag plakken. Zo’n jochie die je oppakt en voor heel lang knuffelt. Zo’n knulletje was het. Ik zie dat zijn ouders het drinken laten scannen net als wij dat deden voor onze compensatie maaltijd.

Het  lijkt wel of alles hapert deze dag. Van de tropische temperatuur in de lounge is de overgang naar de slurf wel erg cru. Het is zeker een graad of vijfentwintig kouder.  De ventilator blaast slechts koude lucht maar dat zal wel met het tijdstip van de avond te maken hebben. Ik neem het voor lief, ik wil naar huis. We nemen onze plaatsen in aan de rechterzijde van het toestel. Opeens realiseer ik me dat toeval niet bestaat. Links naast me, op nog geen meter, zit het knuffeljongetje. Dezelfde blik, hetzelfde smelt gevoel. Alleen de beweging van de speen ligt wat hoger.

We rijden eindelijk weg van de gate. Op weg naar huis. Althans dat dacht ik. De kou gooit roet in het eten. Het toestel ondergaat een de-ice actie. De penetrante geur van een alcohol-glycol mengsel verdrijft de verbrande kerosine lucht. Ik kijk naar de jonge god naast mij. Onverstoorbaar tuurt hij naar een piepklein scherm. Geen besef van wat er om hem heen gebeurd, zie ik dat zijn donkere bruine kijkers langzaam het apparaat worden ingezogen. Een volgende generatie dopamine verslaafde is geboren. Het knuffeleffect spat als een zeepbel bij mij uiteen. Hoe jammer is het dat kinderen zo snel aan dit soort apparaten worden gewend. Wat deden mijn ouders toen ik zijn leeftijd had. Mobieltjes waren er per slot nog niet.

Het de-ice proces brengt me terug naar mijn jeugd. Langere perioden van vorst waren nog gewoon. Ik zie mijn vader nog beulen op de sloot voor ons huis om deze maar sneeuwvrij te krijgen. Al vroeg in de ochtend kreeg ik Friese doorlopertjes ondergebonden en hupsakee, naar buiten en leren schaatsen. Eerst met een stoel, daarna achter een slee en uiteindelijk na een paar dagen kon je zonder hulpmiddelen je over het gladde oppervlak begeven. Zeker in het begin waren er momenten dat ik meer naast de ijzers stond dan erop. Een van mijn ouders kwam dan om ze opnieuw onder te binden. Pijn of niet, ze bonden ze strakker om dan ooit. Opnieuw ervaar ik de pijn van toen. Ik huilde en ik wilde niet meer. Maar mijn ouders waren onverbiddelijk. Net als zwemmen was dit iets wat onderdeel uit maakt van het leven. Dat was mijn dopamine shot. IJs gaf ons plezier.

Naar school over de bevroren slootjes en landerijen; land over zand noemden we dat. En een enkele keer moest je terug vanwege een natzeikie. Door dommigheid was je dan in een wak gelopen of had je bewust het bomijs opgezocht. Moeder was minder blij maar voor je vrienden was je de bink. Bij de geringste vorst werd met spanning uitgekeken naar goed ijs in de sloot. We kregen er een kick van. En dan het liefst van dat zwarte met hier daar van die mooie witte luchtbellen erin. Bij het uitrijden van een toertocht kreeg je pas echt een goed gevoel. De dopamine deed zijn werk.

Vlak voor de landing kijk ik nog even naar links. Bijna de hele vlucht heb ik het postzegeljochie gevolgd. Ik vraag me af of hij wel meer dan tien keer met zijn ogen heeft geknipperd. Als het al zo is geweest, dan moet het op het moment zijn gebeurd dat hij van zijn plastic computertje gewisseld is naar het mobiel van zijn moeder en terug. Hij zal waarschijnlijk nooit leren schaatsen of de kick daarvan van krijgen. Zijn dopamine toevoer wordt volledig beheerst door elektronica die we maar al te makkelijk onze kinderen voorschotelen. Hetzelfde gevoel van moeten geven bij zo’n televisie actie komt in me op. Al weet ik niet goed  wat ik dan zou moeten geven. Zo’n mooi jochie, dat zal opgroeien zonder het plezier en de verrijking die mijn ouders mij ooit hebben gegeven. Voor hem is het al te laat. Het knulletje gaat waarschijnlijk  krijgen wat zijn hartje begeert maar zal nooit leren wat echt geluk is. Levensgeluk dat middels pijn en doorzetting is verkregen.

Weerzien

‘Bertrand! Schatje, ik ben het. wordt wakker lieverd’.

Bertrand opent zijn ogen. De kamer is duister maar hij neemt de contouren van een vrouw waar. Hij glimlacht. Séverine is naar hem gekomen en buigt zich met haar lange blonde lokken over hem heen. Bertrand wil wat zeggen maar zijn droge mond hapert.

‘Zeg maar niets. Het is al te lang geleden. Nu ben ik hier. Geniet ervan.’

Bertrand knippert en kan zijn ogen niet geloven. Ze is mooier dan ooit tevoren. Haar zijden negligé raakt het ranke lichaam op de juiste punten waardoor haar vrouwelijkheden inbranden op zijn netvlies. Opgewonden komt hij overeind. Hij heeft moeite om zijn affectie voor haar te verbergen. Verleidelijk kijkt ze hem aan.

‘Het geeft niet schatje, het mag’ fluistert ze hem toe.

Bertrand is radeloos. Meer dan 14 maanden geleden zag hij haar voor het laatst. Hij herinnert zich die laatste avond. Na de presentatie van zijn roman waren ze beschonken naar zijn appartement vertrokken om vervolgens te verdrinken in de liefde.

De kater was enorm. Zijn brakke lichaam had het appartement tot in elke hoek uitgekamd maar niets onthulde haar vertrek. Wekenlang speurde hij naar enig spoor dat zou leiden terug naar haar. Geen sociale media bleef ongemoeid, Google doorzocht alles maar resultaten bleven uit. Hij beschouwde de dood een optie maar weigerde dat te geloven. De hoop maakte steeds meer plaats voor verdriet. De pijn werd ondragelijk, de fles werd zijn beste vriend, zijn leefde werd een chaos.

Langzaam loopt ze de trap af. Haar lichaam straalt één en al erotiek uit. Waar breng je me heen? Séverine was een meesteres in het vinden van spannende plekjes waar ze dan in alle vurigheid versmolten. Zijn ogen volgen elke beweging. Bertrand wil praten maar alsof zij het voelt legt zij bij elke poging de vinger op haar mond.

‘Sssst…nu niet. Straks.’

Hij heeft zoveel vragen. Zijn hart bonst in zijn kop wat hem stoort bij het ordenen van zijn gedachten. Waar ga je heen, waarom laat je me wachten? Waar was je, waarom die pijn…wat…waarom?

Ze loopt nu op minder dan meter voor hem. Zijn handen trillen. Hij wil haar aanraken maar eigenlijk ook niet. Ze is nu bijna aan het einde van de gang. Met een sensuele beweging draait ze naar hem toe. Is dit dan de plek waar je het wilt mijn liefste?

Zijn blik richt zich op haar voeten die dansen op de ochtendkrant. Dan ziet hij zijn foto.
Hij leest de kop, zijn hart staat even stil.

Schrijver verongelukt na overmatig drankgeruik!

Halo

Het weer zit de laatste dagen redelijk mee. De meeste dagen kan ik heerlijk op het terras van mijn stamcafé genieten van alles wat er voorbij komt. Natuurlijk zijn er de vaste klanten die voorbij komen. Dirrek, het vluchtelinge jongetje om de hoek incluis. Ik had Dirrek om een boodschap gestuurd en wilde net een slok van mijn biertje nemen toen Tinus de hoek om kwam zeilen. Nu is Tinus alles wat ik niet ben; goed afgetraind, blonde lokken en staalblauwe ogen. Een wereld van verschil maar al heel lang een zeer goede vriend. Ondanks het lekkere weer had Tinus zijn joggingpak gesloten, wat naar mijn idee redelijk warm leek. Ik had hem daar al eens eerder een vraag over gesteld waarop hij antwoordde dat hij nog in de warming-up zat voor zijn dagelijkse work-out. Het verschil met de andere dagen was dat hij nu ook een koptelefoon ophad.  Halo

‘Tinus, jonguh, wat heb jij nou op je hoofd?’

‘Halo’ klonk het kort.

‘Halo wat?’ riep ik hem terug.

‘Halo’ zei hij weer. ‘Goed voor de cortex man!’

Ik begreep er geen snars van en vroeg of hij het apparaat even af kon zetten. Dat kon niet want dan zou zijn voorbereiding en stimulans van zijn schors worden verstoord.

‘Ga even zitten Tinus, en leg me in godsnaam uit wat je aan het doen bent’.

Met een simpele handbeweging bestelde ik een spa rood voor Tinus en hij nam plaats.

‘Dit is het laatste van het laatste, man’ begon hij zijn relaas. ‘Is uit Amerika komen overwaaien en elke topsporter gebruikt het tegenwoordig. Je leest wel over die dopingperikelen in de krant maar dit is de nieuwe schone doping. Geen plasjes of bloedstaaltjes meer, helemaal clean en toch een prestatieverbetering.’

Aandachtig maar verbaasd keek ik hem aan. De uitdrukking op mijn gezicht was klaarblijkelijk zo vragend dat hij maar verder ging in zijn verhaal.

‘Kijk, als je dit ding opzet worden door middel van lichte prikkels de neuronen in je motorische schil, ook wel je cortex genoemd, helemaal klaar gestoomd om straks optimaal te kunnen presteren. Je maakt ze als het ware wakker waardoor ze alvast beginnen met elkaar te communiceren. En dat nog voordat ik mijn oefeningen doe, weet je wel? Als ik nou straks over een half uurtje de gym in ga, dan zie je een prestatie verbetering van zeker 20% omdat je koppie er nu ook klaar voor is, snap je? De bewegingsprikkels uit je kop komen beter aan in je spieren, er treedt geen transportverlies meer op en daardoor kan ik bijvoorbeeld meer liften. Het is als het ware een warming-up voor je brein, weet je.’

Sprakeloos kijk ik hem aan. Toe aan wat vocht neem ik snel een slok uit mijn glas. Nog voordat ik wat kan zeggen gaat Tinus vrolijk verder.

‘Ze gebruiken het allemaal joh, ze hebben de afgelopen winterspelen schansspringers het laten gebruiken. De afzet bij de sprong van de schans was verbeterd met 13%. Zomaar, voor niks. Piloten in het leger vliegen beter en die Johnson, weet je wel van die gouden medailles, had in twee weken een 12% meer explosiviteit.’

neuro‘Je bedoelt de Michael Johnson, The Statue?’ knalde ik er tussen.

‘Ja die, geweldig toch man. Let op mijn woorden. In Rio gaan records sneuvelen, wat ik je zeg. Ze doen het allemaal. En dat voor iets meer dan zeshonderd euro, kan je niet laten lopen, toch?’

Niet goed wat ik hierop moest zeggen kwam Dirrek gelukkig de boodschap brengen. Hij had het doosje sigaartjes voor me opgehaald die ik in de ochtend in het buurthuis had laten liggen. Ik kijk naar de verschrikkelijke afbeelding op de verpakking. Een door het roken veroorzaakt uitgemergeld brein.

‘Tinus, wat doet het op de lange termijn met je schors. Ik bedoel, is dit wel goed onderzocht of het geen schade geeft op termijn?’

Geen antwoord. Tinus was al onderweg naar de sportschool. Het antwoord op die vraag zal nog wel even een tijdje op zich laten wachten. Preases Bach wil maatregelen na de spelen. Ik ben bang dat we inderdaad met minder medailles naar huis gaan komen zoals nu in de media wordt voorspeld. We hebben de boot weer gemist. Al wat we zien is de concurrentie met een koptelefoon op vlak voor de wedstrijd. Ducrot en Dijkstra zullen het wel afdoen met een lekker stukje hardrock, om te ontspannen.

Bejaarden Parade

Een weekje Tenerife. Midden in de winter even een weekje zon tanken om zo het laatste deel van de winter met verse vitamine D te kunnen weerstaan. Het leek ons een prima plan. Maar dan wel buiten de school vakanties om. Je volledig overgeven aan een priemende zon met een jengelend kind om je heen dat niet van jou is, heet geen relaxen. Aan het einde van de herfst had mijn lief na drie dagen intensief googelen, een prachtig resort gevonden aan de westkant van het eiland. De impressie beloofde veel en de onderschriften nog veel meer. Met wat puzzelen, waar ze dol op is als het om vakanties gaat, bleek dat apart boeken het meeste voordeel opleverde en zo geschiede het.

Nattigheid, grauw, lage temperaturen. Typisch een dag met alle verkeerde weerelementen waarbij het niet moeilijk is om je in een zonnig verblijf voor te stellen. Het is de dag van ons vertrek. Na wat tax free neuzen, shoppen doen we al lang niet meer nu alles op de luchthaven juist duurder blijkt, komen we bij de geplande gate. Angstvallig kijk ik om me heen. Even denk ik dat ik verkeerd ben gelopen. Om tegenwoordig bij de gates te komen ben je namelijk verplicht om door het ‘tax free’ domein te zigzaggen.  Ook al wil je het niet, je wordt verleid om toch zoveel mogelijk aan je koopdrang toe te geven.
De aanbiedingen schreeuwen je tegemoet waarbij je op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer ziet. Gevolg: je raakt van het hoofdpad af waarmee de eerste list om de onschuldige reiziger te verleiden tot iets onbenulligs in werking is getreden.
Je verdwaalt en al snel sta je in een bak van 50% tot 70% korting te graaien van overbodige rommel. Een handige truc van de commercie, maar minder geslaagd voor de zwakke reiziger. Ik heb dan ook het idee dat met de invoering van dit soort sluizen, de reiziger steeds later arriveert bij de gate. Ik irriteer me namelijk aan al die mensen die zich maar laten oproepen omdat ze nu eenmaal in een roes leven dat het vliegtuig wel op hun wacht. Ze zijn per slot van rekening ingecheckt, dus? Ik constateer een toename die ik toeschrijf aan de verdwaalde tax free shopper.

Nogmaals kijken we om ons heen. Mijn vriendin heeft zonder dat ze het uitspreekt dezelfde gedachte. De stilte wordt doorbroken als ik haar vraag of we een senioren reis hebben geboekt. Omdat ze mij direct begrijpt proest ze het uit. De gemiddelde leeftijd op onze  vlucht ligt ver boven de gepensioneerde leeftijd. Naast twee rollators tel ik ook nog een scootmobiel. We kijken elkaar nog eens aan. Haar blik stuurt mij naar een man in een hoekje waarbij zijn hele lichaam schud. Als in een automatisme veegt zijn vrouw het overtollige slijm uit zijn mondhoeken.
‘Ik weet niet of we veel vrienden zullen maken deze trip.’
Ze haalt haar schouders op. Een betere reactie kan ik me niet indenken op dat moment.

dikke manHalf ingedommeld wordt mijn stoel plots met kracht naar achter gerukt. Ik kijk om en zie een man met een enorm overgewicht hangen boven anderhalve stoel.
Het gekreun wat volgde toonde zijn onvermogen om soepel te gaan staan waardoor mijn stoel als een soort hefboom wordt gepromoveerd. Schattend kom ik al snel tot zo’n 245 kilo dat aan mijn rugleuning hangt. Eenmaal wakker volg ik de moeizame gang van de man, die zonder de hulp van zijn vrouw het toch al kleine toilet van een  737 niet zelf had kunnen bereiken. Het gordijn ging dicht. Mijn fantasie speelde met tal van gedachten wat zich nu zou afspelen op die paar vierkante meter op 10.000 meter hoogte. Ik verzeker u, de mile-high club kwam daar niet in voor. Na vijf minuten en een enorm rochelend geluid, wordt mijn stoel opnieuw op de proef gesteld. De landing was zacht. Gedurende de reis heeft hij nog zeven keer ‘gehangen’.

Tenerife is ongeveer vier uur vliegen. Niet lang maar ook niet echt kort.
Bij het aanschouwen van de rij die zich al snel voor het toilet vormt, heb ik toch de indruk dat we op een long distance vlucht zitten. Een jolige sms van een goede vriend schiet me te binnen. Hij nodigde mij en een ander heerschap uit voor het bijwonen van een concert. Zijn vrouw moest verstek laten gaan voor een extra ingelaste koor repetitie.
Een groep cubanen van midden tachtig, bracht nog eenmaal hun liedjes ten gehore voordat ze echt zouden stoppen. Niet iets wat mij trok maar het andere heerschap was sneller met zijn reactie.
“Ha ha beste vriend, je weet toch dat mijn blaas te klein is geworden en de pauzes te kort”. Diplomatiek antwoord en geestig bovendien om vooral maar niet mee te hoeven.
Voor mijn eigen ogen speelde deze woorden zich letterlijk af. De flexibiliteit van de geriatrische blaas is gereduceerd tot bijna nul. De vele korte plasjes vormen dan ook een heuse bejaarden parade waarbij ik niet zal ontkennen dat er ongetwijfeld ook een gezwollen prostaat tussen zal zitten.

De zon schijnt volop. De Teide hult zich in sneeuw. Op een klein stukje grond zijn de temperatuur verschillen enorm. Kou, vorst en vallende sneeuw op geen 15 kilometer van een resort waar iedereen ligt te bakken bij een temperatuur van 23 graden.
Het is weelderig. Het resort is bijna net zo groot als het plaatsje waar het naast ligt. Voorzien van alle gemakken geeft het uitzicht op een strak blauwe oceaan aan de ene kant en een blinkende vulkaan puist aan de andere zijde  Diverse restaurants, tal van ontspanningsmogelijkheden, kapper, bars,  een dorp gelijk die ruimte biedt aan 609 kamers. ouwe vellenBij het zwembad voor volwassenen kijk ik om me heen en zie verschrompelde oude vellen die zich te goed doen aan deze heerlijke omstandigheden.
En geef ze eens ongelijk. Zij hebben deze maatschappij gebracht tot wat het is en verdienen dit net zo als ik ervan geniet. Dat het oudjes zijn neem ik graag op de koop toe. Blèren of krijsen doen ze niet.
Een bejaarde die jengelt om een ijsje heb ik nog niet gezien. En dat ik moet wachten op een scootmobiel die zich net heeft klem gereden tussen de deuren van een restaurant.  Ach, ik heb geen haast. Ik geniet.
De rust wordt slechts verstoord door een verdwaalde hand van een patiënt met Parkinson.
Hij raakt per ongeluk de toeter.