Tag archieven: Thriller

Weerzien

‘Bertrand! Schatje, ik ben het. wordt wakker lieverd’.

Bertrand opent zijn ogen. De kamer is duister maar hij neemt de contouren van een vrouw waar. Hij glimlacht. Séverine is naar hem gekomen en buigt zich met haar lange blonde lokken over hem heen. Bertrand wil wat zeggen maar zijn droge mond hapert.

‘Zeg maar niets. Het is al te lang geleden. Nu ben ik hier. Geniet ervan.’

Bertrand knippert en kan zijn ogen niet geloven. Ze is mooier dan ooit tevoren. Haar zijden negligé raakt het ranke lichaam op de juiste punten waardoor haar vrouwelijkheden inbranden op zijn netvlies. Opgewonden komt hij overeind. Hij heeft moeite om zijn affectie voor haar te verbergen. Verleidelijk kijkt ze hem aan.

‘Het geeft niet schatje, het mag’ fluistert ze hem toe.

Bertrand is radeloos. Meer dan 14 maanden geleden zag hij haar voor het laatst. Hij herinnert zich die laatste avond. Na de presentatie van zijn roman waren ze beschonken naar zijn appartement vertrokken om vervolgens te verdrinken in de liefde.

De kater was enorm. Zijn brakke lichaam had het appartement tot in elke hoek uitgekamd maar niets onthulde haar vertrek. Wekenlang speurde hij naar enig spoor dat zou leiden terug naar haar. Geen sociale media bleef ongemoeid, Google doorzocht alles maar resultaten bleven uit. Hij beschouwde de dood een optie maar weigerde dat te geloven. De hoop maakte steeds meer plaats voor verdriet. De pijn werd ondragelijk, de fles werd zijn beste vriend, zijn leefde werd een chaos.

Langzaam loopt ze de trap af. Haar lichaam straalt één en al erotiek uit. Waar breng je me heen? Séverine was een meesteres in het vinden van spannende plekjes waar ze dan in alle vurigheid versmolten. Zijn ogen volgen elke beweging. Bertrand wil praten maar alsof zij het voelt legt zij bij elke poging de vinger op haar mond.

‘Sssst…nu niet. Straks.’

Hij heeft zoveel vragen. Zijn hart bonst in zijn kop wat hem stoort bij het ordenen van zijn gedachten. Waar ga je heen, waarom laat je me wachten? Waar was je, waarom die pijn…wat…waarom?

Ze loopt nu op minder dan meter voor hem. Zijn handen trillen. Hij wil haar aanraken maar eigenlijk ook niet. Ze is nu bijna aan het einde van de gang. Met een sensuele beweging draait ze naar hem toe. Is dit dan de plek waar je het wilt mijn liefste?

Zijn blik richt zich op haar voeten die dansen op de ochtendkrant. Dan ziet hij zijn foto.
Hij leest de kop, zijn hart staat even stil.

Schrijver verongelukt na overmatig drankgeruik!

Stekend (vervolg)

Lisette zag de priem langzaam omhoog gaan tot vlak boven haar borsten met de punt gericht op haar hartstreek. Ze probeerde wat ze kon om zich om zich los te wurmen of enigszins ruimte te krijgen om de op handen zijnde steek te kunnen ontwijken.
Het kronkelen van haar lichaam bracht de figuur blijkbaar op andere gedachten.
Een flinke hoeveelheid spuug landde in Lisette’s gezicht. De duistere figuur draaide zich om en verwijderde zich van de tafel.
Stom wijf, je geeft me de verkeerde prikkels.

Even kwam de rust in Lisette terug waardoor ze in staat was om een paar flinke teugen adem te halen. Als in een reflex wilde ze de tape over haar mond verwijderen maar in plaats daarvan sneden de snoeren om haar pols verse wonden in de huid.
Ze realiseerde zich opnieuw dat haar hand zat vastgebonden. Ze merkte wel dat er enige speling in was gekomen na al haar bewegingen. Lisette kreeg  hoop.

HockeyGeconcentreerd wroette ze verder wat erin resulteerde dat  na een paar pogingen haar hand ineens losschoot. De neiging om haar mond te bevrijden van die plakkerige tape was hoog maar de gestalte kwam inmiddels terug naar de tafel.
Inmiddels was de capuchon verdwenen waardoor Lisette nu tegen een vreemd masker aankeek.

Angstvallig wachtte Lisette op wat er komen ging. Weer ging de figuur naast haar staan de priem hoog boven haar hoofd uit toornend.  In een flits greep Lisette naar de armen van de figuur en duwde deze van haar af. Geschrokken van de onverwachte actie, liet de figuur de priem uit haar handen schieten en schampte zo de nek.
Het scherpe voorwerp veroorzaakte direct een bloeding  waarbij het warme rode vocht zich een baan zocht onder de zwarte cape. De aanvaller volkomen verrast, greep met beide handen naar de wond. Voor Lisette het moment om haar mond te bevrijden.
Met alle energie die ze had,  zoog Lisette haar longen vol. Bekomen van de schrik raapte de figuur de priem op om met toegenomen woede Lisette opnieuw aan te vallen.
Tijd om haar andere hand te bevrijden had Lisette  niet.  Ze was radeloos, sloot haar ogen wachtend op de priemende steek die snel zou volgen.  In een laatste poging riep ze krijsend om hulp waarbij het eerste wat in haar opkwam de naam van haar beste vriendin waarmee ze een paar uren geleden nog de lessen op school had gevolgd.

‘Heeelp… iemand,  help me toch…asjeblieft Priscilla!’

De aanvaller was klaar om de dodelijke steek toe te brengen toen zij bij het horen van de naam plots inhield. In een uiterste poging  nog één maal om hulp te smeken zoog  Lisette haar longen vol. Het hoge adrenalinegehalte  intensiveerde alle prikkels en in haar geest vlogen de verschillende scenario’s om te ontsnappen door elkaar. Een herkenbare lucht prikkelde plots haar geest . Onmiddellijk richtte zij zich haast in hetzelfde moment tot haar belager.

‘Pris…jij?’

Volkomen in de war stond de figuur nu doodstil met de priem nog boven haar hoofd.

‘Priscilla…ben jij het?’ volgde Lisette snel. Lisette zag de reactie van de figuur en bedacht dat de dialoog haar wellicht kon redden. ‘
Priscilla, wat doe je nu? Waar ben je mee bezig, ik ben het…Lisette. Ik ben je beste vriendin.’

Voor het eerst sprak de figuur op donkere toon.
‘Ik weet wie je bent. Je bent een hoer. Je moet leren. Leren om te gaan met vriendschap en het tonen van respect .’

Lisette zag de handen om het lemmet witter worden, klaar voor de finale steek.
‘Priscilla wacht, ik ben het. We delen alles samen. Ik hou van je Pris!’

Opnieuw waren er donkere woorden.
‘Je neukt met die stinkgozer van je, je houdt helemaal niet van me. Praat me daar niet van, je mag de woorden houden van niet meer zeggen.  Ik heb mijn hele leven gegeven voor jou. Ik heb altijd van jou gehouden. En jij… , jij rotzooit nu met een ander. Je moet leren respect te tonen.

Lisette’s geest draaide op volle toeren. Ze moest tijd rekken, haar bezig houden om snel iets te bedenken.’

Na een kleine pauze nam de figuur opnieuw het woord.
‘En zo vlak voor je dood maakt het ook niet meer uit.’

tranenMet de linkerhand verwijderde de belager het masker.
Nat van alle traanvocht keek ze nu haar beste vriendin in het gezicht. Doorlopen mascara tekende haar gezicht in een spookachtige verschijning. Opnieuw kwam er een soort woede in Priscilla’s ogen en Lisette voelde zich zeker nog niet op haar gemak. Nog steeds hield een dreigende rechterhand een moordwapen vast die in een enkele beweging haar hart kon doorboren.

Tijdens het korte gesprek had  Lisette kans gezien  haar andere pols te ontdoen van het koord waar ze mee vastzat. Zonder na te denken hief ze haar bovenlichaam van de tafel en richtte ze haar beide handen op die van Priscilla. Niet rekenend op de brute kracht van Lisette schoot het wapen met een vaart naar beneden.

‘Je moet …’ gorgelde het nog. Lisette zag het lichaam ineen zakken, het  hoofd in een knik haaks op die van de priem.

 

 

 

Stekend

balletOm tien uur precies was de balletklas afgelopen.
Lisette van Vliet en haar beste vriendin hadden zich anderhalf uur in zweet gewerkt. Ze snakten beide naar een verfrissende douche.
‘Ga je nog mee wat drinken?’
Lisette keek haar beste vriendin aan en schudde met haar hoofd.
‘Nee  joh, het is al bij elven en ik heb morgen om half negen een belangrijke vergadering. Ik wil daar eigenlijk fris aan tafel zitten en je weet hoe het gaat. Na het eerste wijntje nemen we er vast nog een voor het slapen en voor je het weet is het diep in de nacht.’
Priscilla lachte een beetje zuur maar begreep haar standpunt.
‘Prima joh, doen we het de volgende keer.’

Lisette nam afscheid met een dikke knuffel en genoot nog even van de heerlijke parfum die haar vriendin op had gedaan. Ze pakte haar fiets om te vertrekken naar haar appartement dat ongeveer drie kilometer verder was gelegen. Vanwege het prachtige zomerweer genoot  Lisette duidelijk van de zwoele avondlucht. Het ballet had haar goed gedaan na een dag hard werken. In een rustig tempo peddelde ze door het park naar huis.

Een brute hand greep haar bovenarm krachtig vast. Met een flinke ruk bracht het Lisette uit haar evenwicht en voor ze erg in had lag ze op gras naast het fietspad. Lelijk op haar heup gevallen wilde ze een schreeuw van pijn uitbrengen maar haar mond werd direct gesnoerd door een zwarte handschoen met een pluk watten erin. Voordat ze in de gaten had wat er nu echt gebeurde,  vervaagde haar wereld, ontspande haar lichaam en bleef ze bewegingsloos liggen.

Nauwelijks kreeg Lisette nog enige adem. Haar wijd opengesperde neusvleugels zogen met harde teugen de beschikbare lucht naar binnen. Ze wilde zo graag door haar mond ademhalen maar die was sinds een paar uur afgeplakt met ducktape. Ze lag op een wat eens een operatie tafel moet zijn geweest, haar handen en voeten vastgebonden, angstvallig te kijken naar een beschimmeld plafond.  Twee flinke bouwlampen lampen stonden redelijk dicht naast haar. Hun felle licht straalden over haar bezwete lichaam. Bewust. De warmte moest haar langzaam uitdrogen, niet verbranden, maar haar vooral laten zweten.

Vanuit een hoek, wat leek op een soort kelder, werd Lisette gadegeslagen door een figuur die zich hulde in een soort cape met een grote capuchon waarvan de intentie was om het gezicht te bedekken. Deze  zag haar worstelen en kronkelen.
Hoe meer je beweegt des te meer je vocht verliest hoer.
Bezwete lichamen met plakkende jurkjes, er was altijd al een obsessieve interesse geweest. Op de een of andere manier zette het aan tot een prikkelende seksuele opgewondenheid.

Lisette had alleen iets wat een donkere vlek leek opgemerkt.. De lampen waren zo fel dat ze nauwelijks de omgeving kon waarnemen. Vanuit haar ooghoeken zag ze de donkere vlek langzaam dichterbij komen.
IcePickHaar angst werd groter en gaf op die manier nog meer problemen met haar ademhaling. Het zweet brak haar aan alle kanten uit.
Ze wilde iets uitschreeuwen maar het geluid verstomde in de tape. De figuur stond nu naast Lisette die nu ook duidelijk een ijspriem in de linkerhand kon zien. Ze wilde gaan krijsen maar ze had al haar lucht nodig om te blijven ademen.

Vuile bitch dat je bent. Je bent hier om te leren en ik ben je meester. Ik zal je manieren leren.

 

Wil je weten hoe dit afloopt? Laat je e-mail hiernaast achter en je wordt vanzelf op de hoogte gebracht van alle publicaties van Mariscas. 

Blauw

Dagen was het al onrustig in zijn hoofd. Zijn staalblauwe ogen keken strak naar de eerste zonnestralen die hun weg baanden door de kieren in het gordijn.

19902945-editable-vector-silhouet-van-een-man-zitten-met-zijn-hoofd-in-zijn-hand-achtergrond-gemaakt-met-een-Een vlassig stoppelbaardje lag in zijn handen die op deze manier het gegroefde gezicht ondersteunde. Slapen kon hij niet. Het was al een week op deze manier gegaan.
Hij had het wel geprobeerd maar de steken in zijn hoofd werd alsmaar erger. Uiteindelijk was hij op de rand van zijn bed gaan zitten. Uren zat hij daar hopende dat de onrust in zijn hoofd zou afnemen.

Jaren geleden had hij hiervoor medicijnen gebruikt en die hielpen in de meeste gevallen wel. Maar helemaal verdwijnen deed het nooit. Tot het moment hij zijn eerste grote daad had verricht. Vanaf toen werd het pas echt rustig in zijn hoofd en kon hij de pillen laten staan.
Na een lange periode van rust waren de steken weer langzaam teruggekomen. De prikkels uit zijn omgeving waren toegenomen waardoor het steeds onrustiger werd. Dit keer ging het gepaard met vervelende fel priemende steken die soms tot ondraaglijke pijnen leidden.

Wat hij ook probeerde, dit keer ging de onrust niet meer weg.
Bij sommige aanvallen had hij het gevoel alsof zijn hoofd werd doorboord met grote verhitte naalden. Daarom dacht hij vaak terug aan het moment dat hem toen hielp om zijn kop weer tot rust te brengen. Dat was het moment toen zijn jacht begon. Hij moest de wereld verschonen van al dat ‘onnatuurlijke’.

Dagenlang sliep hij niet meer en zat dan uren voorovergebogen op de rand van zijn bed.
Zijn gedachten draaiden overuren en vlogen van de ene optie in de andere.
Ik zal eenieder verlossen. Er is genoeg van dit alles. Het moet stoppen.
Voor hem was er maar één uitweg. Om de toenemende pijnen te laten verdwijnen moest hij nog eenmaal toeslaan. Dan zou het over zijn, dat was de oplossing voor zijn lijden.

Bibberend stond hij onder een straal van ijskoud water. Vroeger had hij wel vaker zo gestaan om op deze manier zijn lichaam te laten focussen op iets anders. Voor hem was dit een beproefde methode om zijn brein af te leiden met andere prikkels zodat hij de pijnen in zijn hoofd beter kon verdragen.
Nog even doorbijten, het wordt wel beter.
Het bibberen ging langzaam over in schudden. De reactie van het lichaam werd heftiger naarmate de tijd verstreek. Na verloop van tijd verzachte het inderdaad de prikkende naalden in zijn hoofd. Na ruim een uur afkoelen kon hij zich eindelijk gaan klaarmaken voor wat nog eenmaal moest.

Zijn kamer, inclusief de keuken, was licht en smaakvol ingericht. Pastelkleuren voerden de boventoon en vormde zo als geheel een rustig beeld. Daarbij kreeg het totaal een frisse aanblik door de aanwezigheid van fel gekleurde details. Zo werd de beige gekleurde sofa versierd met fel rode kussentjes wat de toch wel saaie kleur van de bank ruimschoots compenseerde.
Evenals allerhande keukengerei wat in felle kleuren aanwezig was, deed de monotone kleur van het keukenblok breken. Deze combinatie maakte het tot een opgeruimd en vrolijke ruimte. Eén ding viel echter wel op. Ondanks de aanwezigheid van bijna het totale kleurenspectrum was de kleur blauw nergens te vinden.

messenOp het kleine aanrecht stond een messenblok met wel negen verschillende messen. Het was zijn kostbaarste bezit. Hij ging ermee om zoals iemand dat zou doen die net de sleutels van zijn nieuwe Ferrari had gekregen. Na elk gebruik werden lemmet en heft grondig geïnspecteerd. Niets werd aan het toeval overgelaten. Elk smetje werd met grootste precisie verwijderd. De scherpte werd bijna dagelijks gecontroleerd met het daarvoor speciaal aangeschafte papier. Zodra er een hapering optrad werd het direct geslepen om het vervolgens opnieuw aan de proef te onderwerpen. Hij had een broertje dood aan braampjes.

Het koude water had zijn werk gedaan. De priemende prikken waren afgenomen tot licht aanvoelende speldenprikjes waar hij vooralsnog mee kon leven. Snel schoot hij een ruim zittend T-shirt aan met daaronder zijn favoriete spijkerbroek. Deze laatste was speciaal gebleekt, stonewashed en daarna nog eens flink opgeschoren. Bij hem in de buurt was een speciaal winkeltje die deze handelingen graag voor hem deed. Het resultaat was dat de broek haast geen kleur meer had waardoor het perfect bij het interieur van zijn kamer past.
Buiten het feit dat hij vond dat deze broek lekker zat, had hij de winkelier een keer verteld dat zijn werk een ‘bevrijding’ was voor geest en de mensheid.
Schouderophalend had de winkelier hem niet begrijpend aangekeken. Er kwamen wel vaker rare snuiters in zijn shop.

Al bijna vijftien minuten stond hij onafgebroken te turen naar het messenblok.
Hij was er klaar voor. Die verdomde steken in zijn hoofd waren nu gelukkig wat minder maar hij wist dat ze snel zouden terugkomen. Nog eenmaal keek hij naar het blinkende messenblok om vervolgens voorzichtig het uitbeenmes eruit te halen. Door de tijd heen was dit mes zijn favoriet geworden. Het lag goed in de hand met het evenwichtspunt dicht bij het heft waardoor het zeer aangenaam was om mee te werken.
Met de perfecte scherpte was het ideaal voor zijn geplande actie. Dit keer zou het hem wederom helpen om zijn pijn te verzachten.
Evenals die keren ervoor.
Het is niet natuurlijk. Het komt van nature zelden of niet voor.
Ik moet er tegen vechten, ik moet het stoppen!

Hij rolde het mes in wat flyer materiaal dat afkomstig was van een museum vlak bij hem in de buurt. Daarna stak hij het snel achter zijn rug tussen de broekband en riem in met daaroverheen zijn T-shirt. Even controleerde hij of het zichtbaar was maar door zijn ruime shirt was er niet veel van te zien. Hij voelde de onrust alweer toenemen. Zijn drang tot acteren werd nu heftiger.
Nog even, dan is het mijn moment.
Nog iets meer dan een half uur en ik zal nieuws maken. Ze zullen begrijpen wat ik doe.
Eindelijk zou zijn uitgeputte lichaam de rust krijgen waar het al dagen naar hunkerde.

Ondanks dat het maar een paar honderd meter was richting zijn doel duurde de tocht vanaf zijn huis ruim vijfentwintig minuten. De afleidingen waren talrijk en niet altijd even makkelijk te pareren. Hij wist van te voren dat dit zou gebeuren. Op zijn pad zag hij voldoende om zijn toenemende honger te stillen. Maar hij moest sterk zijn.
Eerst de grotere dingen de rest komt later wel.
Zelfs de kleinste objecten in zijn voortdurende strijd waren al voldoende om het prikken in zijn kop weer te laten toenemen. Nu toegeven aan deze kleinigheden zou wel de pijn verminderen maar niet wegnemen. Daar was wel meer voor nodig.

action-planWilde hij slagen in zijn missie dan moest hij naar binnen. Tot in de kleinste details had hij een plan uitgewerkt om elkaar via de kortste route te ontmoeten. Dagen achtereen had hij het plan stap voor stap herhaald. Niets werd aan het toeval overgelaten. Hij kon al zijn passen, al zijn bewegingen tot op de seconde in gedachte herhalen.

Nadat hij een kaartje had gekocht werd hij netjes door een juffrouw in een prachtig blauw kostuum door een veiligheidspoortje geleid. Dit ter controle of er geen ongewenste metalen voorwerpen naar binnen werden gebracht.
Jou krijg ik nog wel, vuile bitch. Wacht maar, mijn mes zal je in reepjes voer voor de leeuwen doen veranderen.

Het poortje registreerde niets zodat de doorgang vrij was voor het uitvoeren van zijn illustere daad. Bij zijn volgende gedachte kwam er een kleine glimlach op zijn gezicht.
Keramische messen zijn tegenwoordig een uitkomst.

Aan de andere kant van het poortje wachtte hem nog een hindernis.
Dit keer was het de beveiligingsbeambte die hem aandachtig bestudeerde.
Zijn vlassige baard en zijn oververmoeide blik trokken blijkbaar de aandacht.
De strak gerichte blik van de beambte verhulde dat hij het heerschap niet helemaal vertrouwde. Een paar tellen later maakte hij aanstalten om hem uit de rij van de aanwezige bezoekers te halen.
Nu hij zo dicht bij zijn doel was nam de spanning toe en werd in één keer alle adrenaline die hij in zich had zijn bloedbaan ingespoten.
Zijn hartslag verdubbelde haast, zijn ademhaling werd kort en vluchtig. Met het opvoeren van zijn hartslag werden ook de naalden in zijn hoofd erger.
Hadden zij zich al een weg gebaand tot diep in de kern, nu leek het wel of iemand met draaiende bewegingen bewust de grens van het uiterste aan het opzoeken was.
Hoeveel meer kon hij nog verdragen?
Niet alleen de gekte in zijn hoofd nam toe. Al snel bereikte de adrenaline zijn minuscule zweetkliertjes. Kleine pareltjes zweet ontstonden over zijn gehele gezicht.
Het was voldoende aanleiding voor de beambte om dit heerschap eens beter onder de loep te nemen. Hij rees zijn arm om hem te gebaren opzij te stappen voor verdere inspectie.

Het gekletter deed iedereen schrikken. Aan de grond genageld keek eenieder in de richting waar het geluid vandaan kwam. Achter hem was met flink kabaal een metalen voorwerp op de plavuizen vloer beland. Bij het passeren van het poortje werden meegebrachte tassen en andere bagage op een lopende band gelegd om die vervolgens door een röntgen toestel te halen. Blijkbaar was het statief van zijn achterbuurman uit de rugzak gevallen nadat die het einde van de lopende band bereikte. Het eiste alle aandacht op en de beambte reageerde direct op het voorval. Dit was zijn geluk. Ongemoeid kon hij verder.
Sukkel, je krijgt nog spijt van je hulpvaardigheid.

Iets verder kwam een soortgelijke juffrouw als bij de ingang hem tegen in één van de gangen. Geleerd van het incident van zo-even liep hij met gebogen hoofd haar tegemoet.
Om een frontale botsing te vermijden moest hij wel even opkijken.
Direct werd hij gestraft met een enorme pijnscheut. Even dacht hij dat zijn hersenen het zouden begeven. De pijn deed hem ineen krimpen en met beide handen greep hij naar zijn gekwelde hoofd.
Nog even, kom op, laat het nu niet meer lopen. Sta rechtop en trek geen aandacht.
Denk aan je doel en de rust die je zult hebben.

De juffrouw zag hem ineen duiken en bedacht zich geen moment om hem te hulp te schieten. Hij hervond zich, rechtte zijn rug en gebaarde snel dat alles OK was.

sponge-relief-re19-yves-klein-1958De ontmoeting was nu een feit. Wederom tergde een enorme pijnscheut zijn uitgeputte brein.
Hij wilde het wel uitschreeuwen maar wist zich op tijd te beheersen.

Daar ben je dan secreet.
Een van ons is teveel in deze wereld.

In één vloeiende beweging trok hij het mes en ging als een dolle op het monochroom blauwe doek af. Het uitgeleende werk van Yves Klein hing er pas een paar weken.

Kleur ik haat je zoveel. Ik haat je, verdomde rot kleur.

Op het ritme van de steken werden de woorden herhaald tot het schot viel.
Langzaam hief hij nog een keer de arm om een laatste steek toe te brengen aan de kleur waar hij zo dwangmatig mee bezig was geweest.
Nog een knal.
Doordat zijn kop bijna uiteenbarstte registreerde hij de impact van de kogel niet meer.
De pijn nam af. Langzaam ebde de pijn in zijn kop weg.
Hier komt mijn rust.

Bieden

In het holst van de nacht baande Xavier Ortega zich een weg door een dikke laag mist.
Hij zag geen hand voor ogen. Een nacht als deze kon hij zich niet herinneren. De mist was zo dicht dat zelfs fietsen een gevaar zou vormen. Buiten dat om was het ijzig koud.
Een muurthermometer nog net bengelend aan een laatste schroef, wees een temperatuur aan van min vier graden.
mistEen druppel slijm vermengt met wat bevroren waterdamp vormde een vreemd verlengstuk aan zijn neus. Op het moment dat hij deze wilde verwijderen raakte de hand de ongeschoren huid. De lichte pijnprikkels herinnerde hem aan de koude. Zijn vingertoppen schuurde langs kleine ijskristallen die zich inmiddels hadden gehecht aan zijn baardstoppels. Een paar dagen geleden was wel anders.

‘Verdomme nog aan toe. Het kan toch niet waar zijn.’
Na binnenkomst  werd de deur met woede in het spant gegooid. De dreun was goed hoorbaar. Stukjes kalk vielen uit de muur en waren stille getuigen.
‘Hoelang zijn we nu al bezig met missie 22 Québec? En nu dit.’
De naar binnen gestormde man richtte zich tot een andere persoon die,
onderuit geschoven in een stoel, zat te genieten van een tuitknakje.
‘Maak je niet druk’ was het antwoord. ‘Ik weet waar je op doelt. We vinden wel een oplossing. Ik denk zelfs dat ik al weet hoe we het gaan doen’.
Hij nam een nieuwe teug van zijn sigaar en blies deze met gelijke kalmte uit zoals hij ook had gesproken.
‘Maar de top wil het nu’ haastte de ander zich . ‘We kunnen toch niet zomaar alles op straat gooien. Nota bene de bron wordt er in genoemd.  Als we dat onthullen dan weten we zeker dat de wereld op zijn kop zal staan.  En die herverkiezing kunnen we dan ook vergeten. Bovendien staat er keihard het bewijs in dat de spelen zijn gekocht’.
‘Geen paniek alsjeblieft, ik weet waar je op doelt’ zei de rokende man.
‘We moeten elimineren. Net als bij Sierra Alfa 10. Dan zullen we verschoond blijven van politieke en commerciële rellen. ‘
Er viel een stilte in de inmiddels met rook verzadigde kamer.  De mannen begrepen elkaar.
‘Oké, ik zal onze man opdracht geven.’
‘Vergeet verdomme niet te vegen’ klonk het nog toen hij aanstalten maakte de ruimte weer te verlaten. ‘Het moet een schone operatie zijn’.

Met ongeloof stond Xavier al enige tijd naar de rommel op Puerta del Sol, het centrum van Madrid, te kijken. Oudejaarsavond in de hoofdstad was en is een speciaal moment voor de Madrilenen.
De avond begint vaak met een uitgebreid feestmaal in huiselijke kring. De wijn vloeit rijkelijk en de variatie aan voedsel is enorm. De duurste hammen, vis en schelpdieren, bijzondere kazen. Het is allemaal te veel om op te noemen. In de stad trekt men massaal naar het plein in het centrum om daar de jaarwisseling verder te vieren.

Demonstrators gather and shout slogans in Madrid's famous landmark Puerta del SolOm middernacht, op de slagen van de klok worden traditioneel de twaalf druiven gegeten. Bij een juiste en tijdige consumptie brengt het veel voorspoed in het nieuwe jaar. Nu was dat met die druiven wel mooi gelukt en dat gaf hem zelfvertrouwen voor zijn missie.

De enorme menigte was een perfecte camouflage voor hem. Hij kon zich hier vrij bewegen zonder al te snel  te worden opgemerkt. Een paar dagen voor zijn vertrek was hij getipt dat de organisatie hem op het spoor was. Hij moest voorzichtig zijn. De informatie die hij zou ontvangen was van levensbelang voor sport.

De afspraak was om half één op de hoek bij het Museo de Jamon. Nadat hij precies vier minuten nodig had om zich door de menigte heen te wurmen, zag Xavier het beroemde restaurant. Een man met een typisch Baskische pet had hem zien komen en draaide zich van hem weg. De rugtas met het Real Madrid logo in combinatie met de TUI stikker hadden zijn werk gedaan. Het contact was gelegd en de “pet” ging voorop. Al snel schoten de twee door een wirwar aan kleine straatjes. Nadat ze Plaza Santa Ana waren gepasseerd vervolgden zij hun weg vlak achter de zetel van de regering langs. Via het Thyssen museum waren ze na ongeveer vijftien minuten strak doorlopen achter het Prado aangekomen. De “pet”had slechts eenmaal omgekeken. Een kort oogcontact was voldoende om aan te geven dat het tot nu toe in orde was.
palacio_de_cristal___retiro__madrid
De “pet” versnelde zijn pas en schoot het Retiro park binnen. Aan de rand van het meertje tegenover Palcio de Cristal liet hij een papieren zakdoek vallen bij een man met een fles cider in zijn hand . Een korte begroeting met tien woorden en een envelop waren voldoende om de sportwereld te doen opschrikken.

Met gebogen hoofd een gekromde rug liep Xavier verder door kou en mist.
Het was in Madrid zo heerlijk en nu dit pokken weer.
‘Gelukkig Nieuwjaar’ klonk het plots naast hem. De man naast hem had hij door de dichte mist niet zien aankomen. Met kracht werd een stuk metaal op zijn nieren gedrukt.
‘Wees verstandig en werk mee. Je weet wat ik wil hebben. Doe geen domme dingen.’
Bij het uitspreken van zijn laatste woord draaide Xavier zich vliegensvlug om en ramde zijn elleboog in het gezicht achter hem. Een krakend geluid duidde direct op een gebroken neus. Even voelde hij de druk van het voorwerp verplaatsen naar zijn buik. Een tweede slag met zijn andere arm boven op de schedel van de belager was voldoende om deze aan het wankelen te brengen. Met alle kracht die het rechterbeen in zich had raakte Xavier hem vol op de knie. Een ijzige schreeuw verbrak de duistere stilte. Grijpend naar zijn knie zakte de aanvaller in elkaar en rolde over de grond. De ferme trap op het jukbeen was voldoende om het lichaam in een staat van levenloosheid te krijgen.

headline ‘Gelukkig nieuwjaar… klojo’ hijgde hij. ‘Morgen sta je in de krant.’

 

Midlife

De ijzige kou maakte het moeilijk om de sleutel goed in het slot te krijgen. Zijn handen voelden als een paar Cornetto’s. De anders zo vingervlugge handen waren tot pegeltjes verworden. Na poging drie lukte het dan toch. Snel opende hij de deur en raapte de post op. In een klein ogenblik zag hij een blauwe envelop van ‘de leuker kan ik het niet maken’ vereniging.

Hij gooide snel zijn jas op de bank nadat hij het stapeltje fanmail in een hoek op het bureau had gelegd. De warmte van de behaaglijke omgeving deed hem goed. Snel keek hij op zijn Chinese Panerai. Kwart over zeven. Er was dus nog tijd. Vanavond was het zijn volley avond en die begon pas om half negen. Een lichte tinteling bracht weer langzaam gevoel terug in zijn vingers. Echter het hongergevoel overheerste en hij besloot voor een Italiaan te gaan. Bij het indrukken van de toetsen maakte de lichte tintelingen plaats voor een stekende pijn. De zachte tinteling was overgegaan in een branderig gevoel welke steeds heviger werd. Het leven in hem keerde terug, het warme bloed had zijn weg weer gevonden door de geopende haarvaatjes en bracht het omliggende weefsel weer een beetje op temperatuur. Gelukkig maar dacht hij, dan zijn ze straks lekker in vorm.

‘Eh…ja, kan ik een Napolitana bestellen. Ja, nummer 15. Aha telefoonnummer klopt, adres is wel bekend he?’

Vijf minuten na de bezorgtijd stond er nog slechts een lege kartonnen doos voor hem waarvan men getracht had deze nog wat op te leuken met kleuren van de Italiaanse vlag. Inmiddels had hij zijn kijkbuis afgesteld op zijn favoriete net. Met trots meldde hij zijn vrienden dat hij de grootste fan van het NOS Journaal was geworden, hij miste er geen één. AnnechienVanavond was Annechien er. Ze had een prachtig rood leren jurkje aan die haar vormen meer dan recht deden. Sinds zij het Journaal verzorgde was hij een echte fan geworden. Haar verschijning was een aanwinst en zij had de gave om van de meest gruwelijke berichten toch iets zachts of iets aardigs te maken. Althans dat vond hij. Hij begaf zich op de bank en zakte half onderuit.

Het eerste dat hij weer bewust registreerde was die slapjanus van nieuwsuur. Shit. Ik ben in slaap gevallen. De Panarai verscheen snel voor zijn nog slaperige ogen en meldde hem de tijd van twintig voor negen. Hij schoot overeind en dook in zijn jas die nog half over de stoel hing. Gelukkig had hij zijn tas al klaar staan in de hal en in een vloeiende beweging sloeg hij deze om zijn schouder tegelijkertijd de deur sluitend.

‘Hoi’ zei hij met hijgende stem bij binnenkomst van de kleedkamer.
‘He, Rob, alles goed?’ klonk het haast in koor. Vlug telde hij de koppen en wist al snel dat hij nog niet eens de laatste was. Deze groep nam het niet zo nauw met de half negen deadline. ‘We hebben een nieuwe’ klonk het opeens naast hem. ‘Ze heet Annelore. Lekker ding man!’

‘Ach, jullie altijd met je hitsige gedoe’ grapte hij terug.
Binnen een paar minuten was hij omgekleed en begaf hij zich naar de ingang van de zaal. In een fractie van een seconde zag hij een hoog blonde paardenstaart naast de stijl van de deur voorbij komen. Zijn vlotte pas stokte en het was alsof hij aan de grond genageld stond.paardenstaatrt Echter van korte duur. De focus op het haar sloeg om in een hongerige nieuwsgierigheid en snel wilde hij weten welk lichaam zich aan de haren verbond. Ze was van een ongekende schoonheid. Zijn mond viel open, zijn hartslag nam toe, een voorraad adrenaline werd in een keer aan de bloedbaan aangeboden. Aan die voorzijde van de paardenstaart onthulde zich een licht gebruind gezicht. Haar teint verried het regelmatige gebruik van een zonnebank. Zoals tegenwoordig normaal in de sport had ook zij het van Moorsel en Griffith effect. Prachtig opgemaakt met oog voor details wat je kon aflezen aan haar gelakte kunstwerkjes op haar nagels. Haar ogen hadden de kleur van het water rond de Maldiven welke omlijst waren met een bijpassende pastelkleurige oogschaduw. Haar oogwimpers met de ragfijne mascara en de daarbij behorende ‘looks’ vervolmaakte haar wulpse uitstraling. Ze droeg een te strak donker rood shirtje waarbij haar rondingen van haar bovenlichaam tot in perfectie uitkwamen. Daaronder liep het shirtje vloeiend over in een nog strakker broekje, eentje zoals je die tegenwoordig ook in het hockey tegenkomt. Ook hier was niets aan het toeval overgelaten. Haar ranke heupen vormden met haar volle ronde billen een prachtige balans die alleen maar in dat soort broekjes tot zijn recht komen. Haar licht gebruinde lange benen maakten het beeld compleet.

‘Hallo, ik ben Annelore’ zei ze met uitdagende stem. ‘ Voor vrienden ook wel Anna genoemd.’
Met enige hapering kwam er een bijna onverstaanbare hallo terug uit de inmiddels super droge mond van Rob.
Ze werden allen opgeschrikt door de inzet van luide muziek. Er was een moment van herkenning toen het om de eindtune van het Journaal ging.

Half liggend op de bank schrok hij wakker. Shit dacht hij. Alweer in slaap gevallen. De mooiste plaatsjes van Annechien had hij weer gemist. De aftiteling van het Journaal vertelde hem dat het tegen half negen liep. Ai, op naar het volleyballen. Snel pakte hij zijn spullen en was om halfnegen precies in de kleedkamer. Hij was de eerste, een uitzondering want hij was meestal te laat. Toen de trainer binnen kwam bolden zijn ogen van hitsigheid en spring bijna in de armen van de arme man die niets vermoede.
‘Hebben we een nieuwe erbij, zo’n jong ding?’
De vurigheid waarmee de vraag werd gesteld deed de man terugdeinzen. Verbaast keek hij Rob aan.
‘Nee joh, hoe kom je daar nu opeens bij?’
Er viel een stilte in de kleedkamer. Hij realiseerde opeens wat hij had gevraagd en ook vooral de manier waarop. Met enige schaam en half rode wangetjes kleedde hij zich langzaam om. Het was de eerste en tevens de laatste keer dat hij precies om half negen aanwezig was.