Tag archieven: Boekenweek

RAMPENBRUILOFT

Inzending schrijfwedstrijd CASCADE voor boekenweek 2024

Je bent jong en je denkt het allemaal wel te weten. In een poging jezelf een houding te geven zie je opeens die ene kans. Een moment om te excelleren en de ander voor heel even af te troeven met je kennis. Schijn bedriegt en niets is echter minder waar. Het is een valkuil die maar al te vaak leidt tot het schaamrood op de kaken.

 Mijn huidige vrouw ontmoette ik zo’n vijfentwintig jaar geleden. Een Spaanse schone die door mijn vrienden werd gezien als iets wat ver buiten mijn klasse lag. De taal vormde wel de minste barrière. Spraken we in het begin alleen Engels, na wat maanden beheerste ik ook een paar simpele Spaanse zinnetjes. Onder andere daardoor ging ik vol vertrouwen voor het eerst naar mijn schoonfamilie. Met daaraan gekoppeld een bruiloft van een neef van haar in een middeleeuws dorpje zo’n honderd kilometer buiten Madrid.

In alle aspecten was de bruiloft een oogopener. Balletjes van opgerold brood vlogen als kogels heen en weer tussen de tafels. Alsof er een familievete moest worden uitgevochten. Om maar niet te spreken van het gejoel en geschreeuw om het gelukkige paar aan te sporen tot een kus. Traditie? Wellicht.

Aan tafel schuin tegenover mij had een nichtje plaatsgenomen. Met handgebaren en wat simpele woordjes ging het vooral over koetjes en kalfjes. Tijdens dat geklungel uitte zij haar wens om in de toekomst een huis in Madrid te bezitten. Dit was een uitgelezen kans om mijn Spaanse kennis in de praktijk te brengen. Deze woorden kende ik. Mijn gedachten vormde de zin: ik wil dat ook. Uit mijn mond kwamen echter de woorden te quiero. Twee pikzwarte ogen keken mij verontwaardigd aan en ik realiseerde mij mijn blunder. Ik had haar zojuist letterlijk verteld ik wil je. Verbeteren hielp niet. We spraken niet meer die avond.

Tijdens het diner werd er kip uitgeserveerd of wel pollo in het Spaans geheten. Uit mijn lessen had ik een regeltje geleerd dat de meeste zelfstandige naamwoorden die op een -o eindigen, over het algemeen mannelijk zijn. Woorden die eindigen op -a vertegenwoordigen de vrouwelijke. In mijn ogen was dit kip en geen haan. Opnieuw rook ik mijn kans.
‘Ah, polla!’
Het viel stil aan tafel. Ik had zojuist vol enthousiasme het mannelijk geslachtsdeel in schuttingtaal geroepen.

Twee missers op een avond. Kon het nog erger? De dansvloer maakte veel goed. Ingrediënten als blond, lang en buitenlander waren gewild. In een korte pauze sprak mijn aanstaande schoonvader ons aan. Ik luisterde aandachtig en ik was ervan overtuigd dat ik hem goed begrepen had. Mijn lief echter, trok wit weg en riep vol verbazing: ‘Papa?’
‘Wat is er? Als je vader een mentos wil is dat toch niet zo erg?’ De derde stilte.
‘Hij wil kleinkinderen, nietos!’
Driemaal was genoeg. Geen woord Spaans meer. Ik excelleerde zeker die avond. Ik moet wel haast een onuitwisbare indruk op de familie hebben achtergelaten. Maar niet zoals ik het mij had voorgenomen.

Die Dag

(Naar aanleiding van het boekenweekthema: Duitsland)

bolHet waren er weer meer dan andere jaren. Staand op de brug, kijkt Gert-Jan tevreden over de weidse velden. De doorgaans kleurrijke bollenvelden tonen doffe grijze plekken daar waar de koppen zijn gesneld. Zij vertolken zijn huidige gevoel op deze memorabele avond.
Al meer dan 45 jaar blijft hij na totdat iedereen is vertrokken. Dan schuifelt hij in gedachten naar deze plek die hem zoveel rust brengt alvorens huiswaarts te keren. Het was fijn om te zien dat steeds meer jongeren zich betrokken voelden. We mogen dit immers nooit vergeten.

Elk jaar weer ziet Gert-Jan die verdwaalde V2 uit den Haag landen op de bollenschuur bij de buren. Brandend ziet hij haar uit de vlammenzee naar buiten komen waar zij vervolgens een paar meter verder bezwijkt. Die beelden verdwijnen nooit. Het enige wat hij heeft geleerd is om met deze beelden te leren leven zodat zijn hart alleen op deze avond totaal verscheurd wordt. Nachten achtereen was hij badend in het zweet wakker geworden en had hij haar naam geroepen tot schreeuwen aan toe. Na jaren van therapie heeft hij dan nu het kunstje onder de knie om er te kunnen mee omgaan.

De camper was al zeker meer dan vier keer de brug gepasseerd. Gert-Jan had er niets van gemerkt. Nu stopt het busje vlak naast Gert-Jan. De bestuurder probeert zich vanachter het stuur uit het busje te wurmen. Iets wat niet eens zo eenvoudig is. Bij het draaien van het lichaam klemt de corpulente man zich vast tussen stoel en stuur. Na wat wrikken komt de man uiteindelijk naar buiten.

‘Wie heisst das hier?’

Gert-Jan schrikt op uit zijn gedachte en draait zijn blikveld in de richting van de verdwaalde toerist. De felle blik in de ogen van Gert-jan doet de man terugdeinzen.
Gert-jan wil bijna iets zeggen maar realiseert zich dan, dat zijn dodelijke uitstraling al zijn werk heeft gedaan. De man kruipt met net zoveel moeite weer achter het stuur van zijn camper en vertrekt.

Thuis gekomen opent Gert-jan het laatje van zijn nachtkastje. Traditiegetrouw  pakt hij het zwart gelakte doosje. Met een trillende hand opent hij de deksel en tuurt hij naar de inhoud. Een foto van een jonge vrouw steekt half uit een gevouwen kaart.
Na een minuut of vijf opent hij de kaart. Langzaam leest hij de tekst hardop.
De aankondiging van het huwelijk tussen hem en zijn aanstaande bruid komt stotterend naar buiten. Een traan biggelt over zijn gerimpelde wang en landt op de foto. Opnieuw ziet hij haar.

brandDe vlammen lijken dit keer wel groter dan ooit. Wat ooit zijn bruid zou worden ziet hij opnieuw in de vernietigende vlammen opgaan. Hij sluit het doosje, dan de lade en zucht diep.
Starend naar de muur blijft hij nog even op de bedrand zitten.
Het incident op de brug komt in hem op.
Weten ze dan verdomme niet wat voor dag het is?