Tag archieven: Obsessie

Pokemon No

Heeft u dat nou ook? De eerste paar dagen een beetje nieuwsgierig. Dan wil je weten hoe het zit en na die paar dagen ben je het eigenlijk al helemaal zat. Zeker als blijkt dat het niet alleen gevaarlijk kan zijn, maar dat instellingen die daar helemaal niet op zitten te wachten te pas en te onpas worden lastig gevallen.

Vanuit mijn IT-achtergrond met daarbij een verhoogde interesse voor gaming volgde ik de aankondiging van een spelletje dat al twintig jaar oud is, maar klaar voor een grootse revival. Mijn kinderen speelden er toen lustig op los met de hulp van Pa uiteraard. Als ze vast zaten in een bepaald level moest ik die krengen vangen, meer dan me lief was.

pokeball_by_krysinelloDan is eindelijk de release daar. Eerst alleen uitgebracht in Noord-Amerika, weerhield het de rest van de wereld niet om het tot de grootste hype van deze eeuw te laten uitgroeien. Je volgt het nieuws, leest je suf aan hacks, tips en trucs om vervolgens ook een poging te wagen. Totdat je een groep idioten op een pleintje wel erg rare bewegingen ziet maken. Deze gekken ontnemen je gelijk alle lust om ook nog maar 1 level uit te spelen. Nu noem ik het zo, maar in het begin dacht ook ik er anders over. Zag ik hen eerst als vrienden en jachtgenoten, ik kan nu niet anders meer concluderen dan dat we te maken hebben met hersenloze gekken die schijt hebben aan alles en die zichzelf en anderen in gevaar brengen.

Pokemon Go heeft een opmars gemaakt die zijn weerga niet kent. Het zal me dan ook niet verbazen als de eerste verslaafden al zijn opgenomen. Musea zien plots hun omzet stijgen omdat we massaal een rakkertje willen vangen in de eregalerij van de 18e-eeuwse meesters. In de kelder van het ziekenhuis huist zo’n mormel waardoor we zonder enig respect voor de zieke patiënten de boel plat lopen om maar zo’n mormel te kunnen vangen. Mensen vinden opeens lijken, botsen tegen politie auto’s aan en riskeren zelfs mijnenvelden om dat ene zeldzame kreng maar te pakken te krijgen. De virtuele wereld gecombineerd met de echte wereld is een rage waar alles voor opzij gaat. Want je moet ze allemaal hebben, nietwaar? Zelfs die ene die zich bevindt in het holocaust museum, een plek die door de zieke bedenkers dus al helemaal niet wordt gerespecteerd.

Inmiddels is de beurswaarde van de maker van het spelletje verdubbeld waarmee de oorlog tussen de commerciële belangen versus gezond verstand is los gebarsten. De uitkomst zal niemand verbazen. Het was naar mijn idee in 1992 toen een album van Roger Waters verscheen genaamd: Amused to Death. De titelsong beschrijft de idiotie waar de wereld in beland is, waar de mensheid zich laat vervelen door TV-programma’s en spelletjes. Gevoelens bestaan niet meer en apathie is nog het enige wat bezitten. We realiseren ons te weinig dat we al bijna bij dat punt zijn aangekomen. Pulp televisie en amusement waar een kikker nog niet warm van wordt, het is te erg om het nog te verwoorden. Zelfs voor de minder ervaren spelers worden er nu accounts aangeboden voor honderden euro’s om maar ‘mee’ te kunnen met de massa. De song van Waters gaat verder waar antropologen van buiten onze planeet, na een nucleaire ramp dan ook gezamenlijk tot een conclusie komen: This species has amused itself to death!

pokemon_noNu naar een paar weken na de release datum, ben ik gelukkig niet meer alleen in de strijd tegen deze volkomen idiote rage. Steeds meer mensen keren zich er tegen, dus het is maar de vraag of de beurswaarde nog lang zo hoog blijft. Slimme rakkers jagen niet op Pokemon figuurtjes maar op de korte termijn winst van het Nintendo aandeel. De massa is dom en weet niet waar het echt om gaat. Inmiddels kunnen instellingen via een website aangeven om te worden verwijderd als locatie. Tekenen naar mijn idee dat het gelukkig snel zal over raken.

Met een klap komt Dirrek, het vluchtelingen jongetje om de hoek, tot stilstand tegen mijn linkerbeen. Enigszins verbaasd kijkt hij me met zijn grote bruine ogen aan. ‘Pokemon?’

Stekend (vervolg)

Lisette zag de priem langzaam omhoog gaan tot vlak boven haar borsten met de punt gericht op haar hartstreek. Ze probeerde wat ze kon om zich om zich los te wurmen of enigszins ruimte te krijgen om de op handen zijnde steek te kunnen ontwijken.
Het kronkelen van haar lichaam bracht de figuur blijkbaar op andere gedachten.
Een flinke hoeveelheid spuug landde in Lisette’s gezicht. De duistere figuur draaide zich om en verwijderde zich van de tafel.
Stom wijf, je geeft me de verkeerde prikkels.

Even kwam de rust in Lisette terug waardoor ze in staat was om een paar flinke teugen adem te halen. Als in een reflex wilde ze de tape over haar mond verwijderen maar in plaats daarvan sneden de snoeren om haar pols verse wonden in de huid.
Ze realiseerde zich opnieuw dat haar hand zat vastgebonden. Ze merkte wel dat er enige speling in was gekomen na al haar bewegingen. Lisette kreeg  hoop.

HockeyGeconcentreerd wroette ze verder wat erin resulteerde dat  na een paar pogingen haar hand ineens losschoot. De neiging om haar mond te bevrijden van die plakkerige tape was hoog maar de gestalte kwam inmiddels terug naar de tafel.
Inmiddels was de capuchon verdwenen waardoor Lisette nu tegen een vreemd masker aankeek.

Angstvallig wachtte Lisette op wat er komen ging. Weer ging de figuur naast haar staan de priem hoog boven haar hoofd uit toornend.  In een flits greep Lisette naar de armen van de figuur en duwde deze van haar af. Geschrokken van de onverwachte actie, liet de figuur de priem uit haar handen schieten en schampte zo de nek.
Het scherpe voorwerp veroorzaakte direct een bloeding  waarbij het warme rode vocht zich een baan zocht onder de zwarte cape. De aanvaller volkomen verrast, greep met beide handen naar de wond. Voor Lisette het moment om haar mond te bevrijden.
Met alle energie die ze had,  zoog Lisette haar longen vol. Bekomen van de schrik raapte de figuur de priem op om met toegenomen woede Lisette opnieuw aan te vallen.
Tijd om haar andere hand te bevrijden had Lisette  niet.  Ze was radeloos, sloot haar ogen wachtend op de priemende steek die snel zou volgen.  In een laatste poging riep ze krijsend om hulp waarbij het eerste wat in haar opkwam de naam van haar beste vriendin waarmee ze een paar uren geleden nog de lessen op school had gevolgd.

‘Heeelp… iemand,  help me toch…asjeblieft Priscilla!’

De aanvaller was klaar om de dodelijke steek toe te brengen toen zij bij het horen van de naam plots inhield. In een uiterste poging  nog één maal om hulp te smeken zoog  Lisette haar longen vol. Het hoge adrenalinegehalte  intensiveerde alle prikkels en in haar geest vlogen de verschillende scenario’s om te ontsnappen door elkaar. Een herkenbare lucht prikkelde plots haar geest . Onmiddellijk richtte zij zich haast in hetzelfde moment tot haar belager.

‘Pris…jij?’

Volkomen in de war stond de figuur nu doodstil met de priem nog boven haar hoofd.

‘Priscilla…ben jij het?’ volgde Lisette snel. Lisette zag de reactie van de figuur en bedacht dat de dialoog haar wellicht kon redden. ‘
Priscilla, wat doe je nu? Waar ben je mee bezig, ik ben het…Lisette. Ik ben je beste vriendin.’

Voor het eerst sprak de figuur op donkere toon.
‘Ik weet wie je bent. Je bent een hoer. Je moet leren. Leren om te gaan met vriendschap en het tonen van respect .’

Lisette zag de handen om het lemmet witter worden, klaar voor de finale steek.
‘Priscilla wacht, ik ben het. We delen alles samen. Ik hou van je Pris!’

Opnieuw waren er donkere woorden.
‘Je neukt met die stinkgozer van je, je houdt helemaal niet van me. Praat me daar niet van, je mag de woorden houden van niet meer zeggen.  Ik heb mijn hele leven gegeven voor jou. Ik heb altijd van jou gehouden. En jij… , jij rotzooit nu met een ander. Je moet leren respect te tonen.

Lisette’s geest draaide op volle toeren. Ze moest tijd rekken, haar bezig houden om snel iets te bedenken.’

Na een kleine pauze nam de figuur opnieuw het woord.
‘En zo vlak voor je dood maakt het ook niet meer uit.’

tranenMet de linkerhand verwijderde de belager het masker.
Nat van alle traanvocht keek ze nu haar beste vriendin in het gezicht. Doorlopen mascara tekende haar gezicht in een spookachtige verschijning. Opnieuw kwam er een soort woede in Priscilla’s ogen en Lisette voelde zich zeker nog niet op haar gemak. Nog steeds hield een dreigende rechterhand een moordwapen vast die in een enkele beweging haar hart kon doorboren.

Tijdens het korte gesprek had  Lisette kans gezien  haar andere pols te ontdoen van het koord waar ze mee vastzat. Zonder na te denken hief ze haar bovenlichaam van de tafel en richtte ze haar beide handen op die van Priscilla. Niet rekenend op de brute kracht van Lisette schoot het wapen met een vaart naar beneden.

‘Je moet …’ gorgelde het nog. Lisette zag het lichaam ineen zakken, het  hoofd in een knik haaks op die van de priem.

 

 

 

Stekend

balletOm tien uur precies was de balletklas afgelopen.
Lisette van Vliet en haar beste vriendin hadden zich anderhalf uur in zweet gewerkt. Ze snakten beide naar een verfrissende douche.
‘Ga je nog mee wat drinken?’
Lisette keek haar beste vriendin aan en schudde met haar hoofd.
‘Nee  joh, het is al bij elven en ik heb morgen om half negen een belangrijke vergadering. Ik wil daar eigenlijk fris aan tafel zitten en je weet hoe het gaat. Na het eerste wijntje nemen we er vast nog een voor het slapen en voor je het weet is het diep in de nacht.’
Priscilla lachte een beetje zuur maar begreep haar standpunt.
‘Prima joh, doen we het de volgende keer.’

Lisette nam afscheid met een dikke knuffel en genoot nog even van de heerlijke parfum die haar vriendin op had gedaan. Ze pakte haar fiets om te vertrekken naar haar appartement dat ongeveer drie kilometer verder was gelegen. Vanwege het prachtige zomerweer genoot  Lisette duidelijk van de zwoele avondlucht. Het ballet had haar goed gedaan na een dag hard werken. In een rustig tempo peddelde ze door het park naar huis.

Een brute hand greep haar bovenarm krachtig vast. Met een flinke ruk bracht het Lisette uit haar evenwicht en voor ze erg in had lag ze op gras naast het fietspad. Lelijk op haar heup gevallen wilde ze een schreeuw van pijn uitbrengen maar haar mond werd direct gesnoerd door een zwarte handschoen met een pluk watten erin. Voordat ze in de gaten had wat er nu echt gebeurde,  vervaagde haar wereld, ontspande haar lichaam en bleef ze bewegingsloos liggen.

Nauwelijks kreeg Lisette nog enige adem. Haar wijd opengesperde neusvleugels zogen met harde teugen de beschikbare lucht naar binnen. Ze wilde zo graag door haar mond ademhalen maar die was sinds een paar uur afgeplakt met ducktape. Ze lag op een wat eens een operatie tafel moet zijn geweest, haar handen en voeten vastgebonden, angstvallig te kijken naar een beschimmeld plafond.  Twee flinke bouwlampen lampen stonden redelijk dicht naast haar. Hun felle licht straalden over haar bezwete lichaam. Bewust. De warmte moest haar langzaam uitdrogen, niet verbranden, maar haar vooral laten zweten.

Vanuit een hoek, wat leek op een soort kelder, werd Lisette gadegeslagen door een figuur die zich hulde in een soort cape met een grote capuchon waarvan de intentie was om het gezicht te bedekken. Deze  zag haar worstelen en kronkelen.
Hoe meer je beweegt des te meer je vocht verliest hoer.
Bezwete lichamen met plakkende jurkjes, er was altijd al een obsessieve interesse geweest. Op de een of andere manier zette het aan tot een prikkelende seksuele opgewondenheid.

Lisette had alleen iets wat een donkere vlek leek opgemerkt.. De lampen waren zo fel dat ze nauwelijks de omgeving kon waarnemen. Vanuit haar ooghoeken zag ze de donkere vlek langzaam dichterbij komen.
IcePickHaar angst werd groter en gaf op die manier nog meer problemen met haar ademhaling. Het zweet brak haar aan alle kanten uit.
Ze wilde iets uitschreeuwen maar het geluid verstomde in de tape. De figuur stond nu naast Lisette die nu ook duidelijk een ijspriem in de linkerhand kon zien. Ze wilde gaan krijsen maar ze had al haar lucht nodig om te blijven ademen.

Vuile bitch dat je bent. Je bent hier om te leren en ik ben je meester. Ik zal je manieren leren.

 

Wil je weten hoe dit afloopt? Laat je e-mail hiernaast achter en je wordt vanzelf op de hoogte gebracht van alle publicaties van Mariscas. 

Blauw

Dagen was het al onrustig in zijn hoofd. Zijn staalblauwe ogen keken strak naar de eerste zonnestralen die hun weg baanden door de kieren in het gordijn.

19902945-editable-vector-silhouet-van-een-man-zitten-met-zijn-hoofd-in-zijn-hand-achtergrond-gemaakt-met-een-Een vlassig stoppelbaardje lag in zijn handen die op deze manier het gegroefde gezicht ondersteunde. Slapen kon hij niet. Het was al een week op deze manier gegaan.
Hij had het wel geprobeerd maar de steken in zijn hoofd werd alsmaar erger. Uiteindelijk was hij op de rand van zijn bed gaan zitten. Uren zat hij daar hopende dat de onrust in zijn hoofd zou afnemen.

Jaren geleden had hij hiervoor medicijnen gebruikt en die hielpen in de meeste gevallen wel. Maar helemaal verdwijnen deed het nooit. Tot het moment hij zijn eerste grote daad had verricht. Vanaf toen werd het pas echt rustig in zijn hoofd en kon hij de pillen laten staan.
Na een lange periode van rust waren de steken weer langzaam teruggekomen. De prikkels uit zijn omgeving waren toegenomen waardoor het steeds onrustiger werd. Dit keer ging het gepaard met vervelende fel priemende steken die soms tot ondraaglijke pijnen leidden.

Wat hij ook probeerde, dit keer ging de onrust niet meer weg.
Bij sommige aanvallen had hij het gevoel alsof zijn hoofd werd doorboord met grote verhitte naalden. Daarom dacht hij vaak terug aan het moment dat hem toen hielp om zijn kop weer tot rust te brengen. Dat was het moment toen zijn jacht begon. Hij moest de wereld verschonen van al dat ‘onnatuurlijke’.

Dagenlang sliep hij niet meer en zat dan uren voorovergebogen op de rand van zijn bed.
Zijn gedachten draaiden overuren en vlogen van de ene optie in de andere.
Ik zal eenieder verlossen. Er is genoeg van dit alles. Het moet stoppen.
Voor hem was er maar één uitweg. Om de toenemende pijnen te laten verdwijnen moest hij nog eenmaal toeslaan. Dan zou het over zijn, dat was de oplossing voor zijn lijden.

Bibberend stond hij onder een straal van ijskoud water. Vroeger had hij wel vaker zo gestaan om op deze manier zijn lichaam te laten focussen op iets anders. Voor hem was dit een beproefde methode om zijn brein af te leiden met andere prikkels zodat hij de pijnen in zijn hoofd beter kon verdragen.
Nog even doorbijten, het wordt wel beter.
Het bibberen ging langzaam over in schudden. De reactie van het lichaam werd heftiger naarmate de tijd verstreek. Na verloop van tijd verzachte het inderdaad de prikkende naalden in zijn hoofd. Na ruim een uur afkoelen kon hij zich eindelijk gaan klaarmaken voor wat nog eenmaal moest.

Zijn kamer, inclusief de keuken, was licht en smaakvol ingericht. Pastelkleuren voerden de boventoon en vormde zo als geheel een rustig beeld. Daarbij kreeg het totaal een frisse aanblik door de aanwezigheid van fel gekleurde details. Zo werd de beige gekleurde sofa versierd met fel rode kussentjes wat de toch wel saaie kleur van de bank ruimschoots compenseerde.
Evenals allerhande keukengerei wat in felle kleuren aanwezig was, deed de monotone kleur van het keukenblok breken. Deze combinatie maakte het tot een opgeruimd en vrolijke ruimte. Eén ding viel echter wel op. Ondanks de aanwezigheid van bijna het totale kleurenspectrum was de kleur blauw nergens te vinden.

messenOp het kleine aanrecht stond een messenblok met wel negen verschillende messen. Het was zijn kostbaarste bezit. Hij ging ermee om zoals iemand dat zou doen die net de sleutels van zijn nieuwe Ferrari had gekregen. Na elk gebruik werden lemmet en heft grondig geïnspecteerd. Niets werd aan het toeval overgelaten. Elk smetje werd met grootste precisie verwijderd. De scherpte werd bijna dagelijks gecontroleerd met het daarvoor speciaal aangeschafte papier. Zodra er een hapering optrad werd het direct geslepen om het vervolgens opnieuw aan de proef te onderwerpen. Hij had een broertje dood aan braampjes.

Het koude water had zijn werk gedaan. De priemende prikken waren afgenomen tot licht aanvoelende speldenprikjes waar hij vooralsnog mee kon leven. Snel schoot hij een ruim zittend T-shirt aan met daaronder zijn favoriete spijkerbroek. Deze laatste was speciaal gebleekt, stonewashed en daarna nog eens flink opgeschoren. Bij hem in de buurt was een speciaal winkeltje die deze handelingen graag voor hem deed. Het resultaat was dat de broek haast geen kleur meer had waardoor het perfect bij het interieur van zijn kamer past.
Buiten het feit dat hij vond dat deze broek lekker zat, had hij de winkelier een keer verteld dat zijn werk een ‘bevrijding’ was voor geest en de mensheid.
Schouderophalend had de winkelier hem niet begrijpend aangekeken. Er kwamen wel vaker rare snuiters in zijn shop.

Al bijna vijftien minuten stond hij onafgebroken te turen naar het messenblok.
Hij was er klaar voor. Die verdomde steken in zijn hoofd waren nu gelukkig wat minder maar hij wist dat ze snel zouden terugkomen. Nog eenmaal keek hij naar het blinkende messenblok om vervolgens voorzichtig het uitbeenmes eruit te halen. Door de tijd heen was dit mes zijn favoriet geworden. Het lag goed in de hand met het evenwichtspunt dicht bij het heft waardoor het zeer aangenaam was om mee te werken.
Met de perfecte scherpte was het ideaal voor zijn geplande actie. Dit keer zou het hem wederom helpen om zijn pijn te verzachten.
Evenals die keren ervoor.
Het is niet natuurlijk. Het komt van nature zelden of niet voor.
Ik moet er tegen vechten, ik moet het stoppen!

Hij rolde het mes in wat flyer materiaal dat afkomstig was van een museum vlak bij hem in de buurt. Daarna stak hij het snel achter zijn rug tussen de broekband en riem in met daaroverheen zijn T-shirt. Even controleerde hij of het zichtbaar was maar door zijn ruime shirt was er niet veel van te zien. Hij voelde de onrust alweer toenemen. Zijn drang tot acteren werd nu heftiger.
Nog even, dan is het mijn moment.
Nog iets meer dan een half uur en ik zal nieuws maken. Ze zullen begrijpen wat ik doe.
Eindelijk zou zijn uitgeputte lichaam de rust krijgen waar het al dagen naar hunkerde.

Ondanks dat het maar een paar honderd meter was richting zijn doel duurde de tocht vanaf zijn huis ruim vijfentwintig minuten. De afleidingen waren talrijk en niet altijd even makkelijk te pareren. Hij wist van te voren dat dit zou gebeuren. Op zijn pad zag hij voldoende om zijn toenemende honger te stillen. Maar hij moest sterk zijn.
Eerst de grotere dingen de rest komt later wel.
Zelfs de kleinste objecten in zijn voortdurende strijd waren al voldoende om het prikken in zijn kop weer te laten toenemen. Nu toegeven aan deze kleinigheden zou wel de pijn verminderen maar niet wegnemen. Daar was wel meer voor nodig.

action-planWilde hij slagen in zijn missie dan moest hij naar binnen. Tot in de kleinste details had hij een plan uitgewerkt om elkaar via de kortste route te ontmoeten. Dagen achtereen had hij het plan stap voor stap herhaald. Niets werd aan het toeval overgelaten. Hij kon al zijn passen, al zijn bewegingen tot op de seconde in gedachte herhalen.

Nadat hij een kaartje had gekocht werd hij netjes door een juffrouw in een prachtig blauw kostuum door een veiligheidspoortje geleid. Dit ter controle of er geen ongewenste metalen voorwerpen naar binnen werden gebracht.
Jou krijg ik nog wel, vuile bitch. Wacht maar, mijn mes zal je in reepjes voer voor de leeuwen doen veranderen.

Het poortje registreerde niets zodat de doorgang vrij was voor het uitvoeren van zijn illustere daad. Bij zijn volgende gedachte kwam er een kleine glimlach op zijn gezicht.
Keramische messen zijn tegenwoordig een uitkomst.

Aan de andere kant van het poortje wachtte hem nog een hindernis.
Dit keer was het de beveiligingsbeambte die hem aandachtig bestudeerde.
Zijn vlassige baard en zijn oververmoeide blik trokken blijkbaar de aandacht.
De strak gerichte blik van de beambte verhulde dat hij het heerschap niet helemaal vertrouwde. Een paar tellen later maakte hij aanstalten om hem uit de rij van de aanwezige bezoekers te halen.
Nu hij zo dicht bij zijn doel was nam de spanning toe en werd in één keer alle adrenaline die hij in zich had zijn bloedbaan ingespoten.
Zijn hartslag verdubbelde haast, zijn ademhaling werd kort en vluchtig. Met het opvoeren van zijn hartslag werden ook de naalden in zijn hoofd erger.
Hadden zij zich al een weg gebaand tot diep in de kern, nu leek het wel of iemand met draaiende bewegingen bewust de grens van het uiterste aan het opzoeken was.
Hoeveel meer kon hij nog verdragen?
Niet alleen de gekte in zijn hoofd nam toe. Al snel bereikte de adrenaline zijn minuscule zweetkliertjes. Kleine pareltjes zweet ontstonden over zijn gehele gezicht.
Het was voldoende aanleiding voor de beambte om dit heerschap eens beter onder de loep te nemen. Hij rees zijn arm om hem te gebaren opzij te stappen voor verdere inspectie.

Het gekletter deed iedereen schrikken. Aan de grond genageld keek eenieder in de richting waar het geluid vandaan kwam. Achter hem was met flink kabaal een metalen voorwerp op de plavuizen vloer beland. Bij het passeren van het poortje werden meegebrachte tassen en andere bagage op een lopende band gelegd om die vervolgens door een röntgen toestel te halen. Blijkbaar was het statief van zijn achterbuurman uit de rugzak gevallen nadat die het einde van de lopende band bereikte. Het eiste alle aandacht op en de beambte reageerde direct op het voorval. Dit was zijn geluk. Ongemoeid kon hij verder.
Sukkel, je krijgt nog spijt van je hulpvaardigheid.

Iets verder kwam een soortgelijke juffrouw als bij de ingang hem tegen in één van de gangen. Geleerd van het incident van zo-even liep hij met gebogen hoofd haar tegemoet.
Om een frontale botsing te vermijden moest hij wel even opkijken.
Direct werd hij gestraft met een enorme pijnscheut. Even dacht hij dat zijn hersenen het zouden begeven. De pijn deed hem ineen krimpen en met beide handen greep hij naar zijn gekwelde hoofd.
Nog even, kom op, laat het nu niet meer lopen. Sta rechtop en trek geen aandacht.
Denk aan je doel en de rust die je zult hebben.

De juffrouw zag hem ineen duiken en bedacht zich geen moment om hem te hulp te schieten. Hij hervond zich, rechtte zijn rug en gebaarde snel dat alles OK was.

sponge-relief-re19-yves-klein-1958De ontmoeting was nu een feit. Wederom tergde een enorme pijnscheut zijn uitgeputte brein.
Hij wilde het wel uitschreeuwen maar wist zich op tijd te beheersen.

Daar ben je dan secreet.
Een van ons is teveel in deze wereld.

In één vloeiende beweging trok hij het mes en ging als een dolle op het monochroom blauwe doek af. Het uitgeleende werk van Yves Klein hing er pas een paar weken.

Kleur ik haat je zoveel. Ik haat je, verdomde rot kleur.

Op het ritme van de steken werden de woorden herhaald tot het schot viel.
Langzaam hief hij nog een keer de arm om een laatste steek toe te brengen aan de kleur waar hij zo dwangmatig mee bezig was geweest.
Nog een knal.
Doordat zijn kop bijna uiteenbarstte registreerde hij de impact van de kogel niet meer.
De pijn nam af. Langzaam ebde de pijn in zijn kop weg.
Hier komt mijn rust.