Alle berichten van Hans

Taal

Vrienden. Iedereen heeft ze. Comment-Of-hola-Friend-
Grote vrienden, dikke vrienden, vakantievrienden, diegenen waar je altijd mee uit eten gaat ofwel je eet vrienden.
Je kunt het zo gek niet bedenken of we hebben mensen om ons heen die we met of zonder bijvoeglijk naamwoord snel bestempelen tot vrienden.
Negentig procent zijn niet meer dan passanten in mijn optiek. Na een jaar of maximaal twee, gaan de gedachten spelen; van wat zou er toch ooit met die en die gebeurd zijn? Vluchtig en oppervlakkig gaan deze mensen, van de vakantie, een BBQ bij de buren of gewoon een gezellige praat bij de buurtsuper, weer even snel als ze gekomen zijn.

Nee, bij mij heeft het woord vriend een diepere betekenis en je komt ook niet zomaar in de Galerij der Groten voor. Daar moet je echt wel wat voor doen.
Door wind en regen bijvoorbeeld je op laten halen als je auto weer eens pech heeft.
Of als je diep in de put zit met je geliefde en hij of zij je komt helpen in het zoeken naar een oplossing. Niet die farizeeërs die je vrienden zijn in de kroeg om mee te liften op je goedgevulde portemonnee voor die avond, meer de mensen die geven om je hart en om wie jij bent en vooral niet bij je zijn voor je uiterlijk of de uiterlijk schijn die je probeert hoog te houden.

Ik heb er gelukkig een paar. Mijn Nederlandse vrienden zijn in de minderheid moet ik gelijk toegeven. Dat zijn er eigenlijk maar twee. We gaan met ze op vakantie, delen regelmatig de maaltijd en hebben het vaak over onzinnige dingen. Vallen die dan niet juist in de categorie die ik zojuist beschreef als snelle passanten? sleutelNeen, deze vrienden waren er ook toen ik diep in de put zat. Ze hebben mij al meer dan eens doen verhuizen zonder daar ook maar iets voor terug te vragen. Ik kan bij ze aankomen met alles, ze belasten met mijn problemen en nog geven ze me te eten.
Sterker nog, het vele malen aan komen lopen als een labrador zonder baas heeft zelfs een sleutel opgeleverd van hun prinsdom.

Mijn andere vrienden zijn vanwege mijn liefde voor een Spaanse schone, uit het gelijknamige land. Ze wonen al jaren in Nederland en voor zover ik kan zien doen ze dat met veel plezier. Ondanks dat dit een andere vriendschap is dan met mijn Nederlandsen, behoren ze wel degelijk in de Galerij der Groten. We kunnen lachen, genieten en de wereldproblemen oplossen onder het genot van een heerlijke borrel of tijdens een speciaal geserveerde dis. We spreken voornamelijk Engels en dat geeft wel eens hilarische momenten. Niet alles laat zich altijd even makkelijk vertalen. Om dan de juiste woorden te vinden is soms lastig maar toch ook zeer lachwekkend.

Neem bijvoorbeeld het woord gezellig. Zelfs Barack Obama gebruikte het in zijn dankwoord tijdens zijn bezoek aan het Rijksmuseum. De internationale pers heeft tot diep in de nacht zitten zoeken naar vertalingen of een of ander substituut maar gaven het uiteindelijk op en deden net als ik; het woord overnemen zoals het is en dan maar schuin afdrukken. Een ander woord dat zich niet laat vertalen is apartheid. Hier gebeurt min of meer hetzelfde in de wereld. Iedereen kent nu het woord maar als je vraagt het te ontleden, dan komt men vaak niet verder dan dat het ooit uit het Nederlands afkomstig was.

Terug naar mijn Spaanse vrienden. Schatten zijn het. Maar een goede conversatie met ze opzetten in onze taal, ook na meer dan tien jaar in Nederland te zijn is erg lastig. Ik heb daarom maar een zes woorden woordenboek voor ze gemaakt waarin ze elke conversatie met welke Nederlander dan ook, aankunnen. Natuurlijk beheersen zij de schuttingtaal die net als wij als eerste beheersen als we naar het buitenland gaan. Ik ben ooit eens met een schoolvriend naar Spanje geweest en nog voordat we de grens over waren was zijn eerste zin Spaans al vloeiend door de bus gegalmd. Toen ik vroeg wat ‘Hijo de puta’ betekende haalde hij zijn schouders op. Het was Spaans en zijn kornuiten in het F-vak zongen het in elke zondag weer als de scheidsrechter het veld opkwam.

Nederlands is een lastige taal voor buitenlanders. Velen klagen over de harde klank met als topper de keel schrapende ‘G’. Maar als ik goed naar onze Spaanse vrienden luister dan beheersen zij deze klank juist heel goed. Menige zin bevat een woord wat ik niet zal herhalen maar overduidelijk met een ‘G’ begint qua klank. Dus daar kan het niet in zitten. Het zal wel de  botsing tussen het Latijn met het Germaans. Mijn zes woordenboek brengt ze uitkomst. Ze hebben er al erg veel conversaties met onze medelanders meegevoerd.
Ik ken zelfs een stel die een drie weken durende vakantie vol gekletst hebben met deze zes woorden. Niemand had door dat zij eigenlijk geen ander woord spraken dan deze zes.

WBDan de zes krachtigste woorden waar Nederlanders helemaal gek van zijn.
Naast Gezellig, die met stip op de eerste plaatst staat, neemt het woord mooi en prachtig respectievelijk de tweede en derde plaats in. Kort gevolgd door het woord leuk.
Dat dit woord niet hoger in de lijst staat is vooral te wijten aan de ‘eu’ combinatie die mijn Spaanse vrienden niet kennen. Helaas valt men dan terug op de regels van de eigen taal en spreekt men het uit zoals je schrijft. Dan krijg je dus een soort ‘lee-oek’.

Om ook tijdens een maaltijd een stevig verhaal  te kunnen ondersteunen zijn de woorden lekker en graag aan het woordenboek toegevoegd.  Dit natuurlijk naast de alom bekende ja en nee die men zo vaak hoort bij welke klantenservice dan ook, dat het met die woorden wel gebeiteld zit.

In elke willekeurige volgorde van deze zes woorden is men in staat gebleken om met Nederlanders een volledig gesprek te kunnen voeren. Ik moet toegeven dat het op een camping iets makkelijker gaat dan met een groepsreis en weer iets  lastiger bij een sterk gemêleerd diner. Toch hebben mijn cursisten zich kranig geweerd op alle vlakken.  Er viel geen conversatie echt stil. Er kwam slechts een in de problemen toen haar gevraagd werd hoe ze het nou vond na al die jaren in Nederland. Ze redde zich door eens heerlijk aan haar wijn te nippen en te antwoorden:  ‘Lekker?’

Nee, mijn vrienden redden zich wel. En met dit woordenboek op zak zijn ze gelijk van alle markten thuis. Ik hou van mijn vrienden. Zowel mijn Nederlandse als mijn anderstalige vrienden. Dat komt omdat ze interesse tonen in wie ik ben en wat ik doe. Dat waardeer en respecteer ik enorm. Daardoor staat er altijd een deur voor ze open. Voor hen die bij mij in de Galerij der Groten komen. En speciaal voor mijn Spaanse vrienden dit stukje tekst voor de oefening. Maar het mag ook als prachtig mooi afgedaan worden hoor. Ik heb namelijk opnieuw een sleutel gekregen. Dit keer gaan we naar Barcelona.

Stekend (vervolg)

Lisette zag de priem langzaam omhoog gaan tot vlak boven haar borsten met de punt gericht op haar hartstreek. Ze probeerde wat ze kon om zich om zich los te wurmen of enigszins ruimte te krijgen om de op handen zijnde steek te kunnen ontwijken.
Het kronkelen van haar lichaam bracht de figuur blijkbaar op andere gedachten.
Een flinke hoeveelheid spuug landde in Lisette’s gezicht. De duistere figuur draaide zich om en verwijderde zich van de tafel.
Stom wijf, je geeft me de verkeerde prikkels.

Even kwam de rust in Lisette terug waardoor ze in staat was om een paar flinke teugen adem te halen. Als in een reflex wilde ze de tape over haar mond verwijderen maar in plaats daarvan sneden de snoeren om haar pols verse wonden in de huid.
Ze realiseerde zich opnieuw dat haar hand zat vastgebonden. Ze merkte wel dat er enige speling in was gekomen na al haar bewegingen. Lisette kreeg  hoop.

HockeyGeconcentreerd wroette ze verder wat erin resulteerde dat  na een paar pogingen haar hand ineens losschoot. De neiging om haar mond te bevrijden van die plakkerige tape was hoog maar de gestalte kwam inmiddels terug naar de tafel.
Inmiddels was de capuchon verdwenen waardoor Lisette nu tegen een vreemd masker aankeek.

Angstvallig wachtte Lisette op wat er komen ging. Weer ging de figuur naast haar staan de priem hoog boven haar hoofd uit toornend.  In een flits greep Lisette naar de armen van de figuur en duwde deze van haar af. Geschrokken van de onverwachte actie, liet de figuur de priem uit haar handen schieten en schampte zo de nek.
Het scherpe voorwerp veroorzaakte direct een bloeding  waarbij het warme rode vocht zich een baan zocht onder de zwarte cape. De aanvaller volkomen verrast, greep met beide handen naar de wond. Voor Lisette het moment om haar mond te bevrijden.
Met alle energie die ze had,  zoog Lisette haar longen vol. Bekomen van de schrik raapte de figuur de priem op om met toegenomen woede Lisette opnieuw aan te vallen.
Tijd om haar andere hand te bevrijden had Lisette  niet.  Ze was radeloos, sloot haar ogen wachtend op de priemende steek die snel zou volgen.  In een laatste poging riep ze krijsend om hulp waarbij het eerste wat in haar opkwam de naam van haar beste vriendin waarmee ze een paar uren geleden nog de lessen op school had gevolgd.

‘Heeelp… iemand,  help me toch…asjeblieft Priscilla!’

De aanvaller was klaar om de dodelijke steek toe te brengen toen zij bij het horen van de naam plots inhield. In een uiterste poging  nog één maal om hulp te smeken zoog  Lisette haar longen vol. Het hoge adrenalinegehalte  intensiveerde alle prikkels en in haar geest vlogen de verschillende scenario’s om te ontsnappen door elkaar. Een herkenbare lucht prikkelde plots haar geest . Onmiddellijk richtte zij zich haast in hetzelfde moment tot haar belager.

‘Pris…jij?’

Volkomen in de war stond de figuur nu doodstil met de priem nog boven haar hoofd.

‘Priscilla…ben jij het?’ volgde Lisette snel. Lisette zag de reactie van de figuur en bedacht dat de dialoog haar wellicht kon redden. ‘
Priscilla, wat doe je nu? Waar ben je mee bezig, ik ben het…Lisette. Ik ben je beste vriendin.’

Voor het eerst sprak de figuur op donkere toon.
‘Ik weet wie je bent. Je bent een hoer. Je moet leren. Leren om te gaan met vriendschap en het tonen van respect .’

Lisette zag de handen om het lemmet witter worden, klaar voor de finale steek.
‘Priscilla wacht, ik ben het. We delen alles samen. Ik hou van je Pris!’

Opnieuw waren er donkere woorden.
‘Je neukt met die stinkgozer van je, je houdt helemaal niet van me. Praat me daar niet van, je mag de woorden houden van niet meer zeggen.  Ik heb mijn hele leven gegeven voor jou. Ik heb altijd van jou gehouden. En jij… , jij rotzooit nu met een ander. Je moet leren respect te tonen.

Lisette’s geest draaide op volle toeren. Ze moest tijd rekken, haar bezig houden om snel iets te bedenken.’

Na een kleine pauze nam de figuur opnieuw het woord.
‘En zo vlak voor je dood maakt het ook niet meer uit.’

tranenMet de linkerhand verwijderde de belager het masker.
Nat van alle traanvocht keek ze nu haar beste vriendin in het gezicht. Doorlopen mascara tekende haar gezicht in een spookachtige verschijning. Opnieuw kwam er een soort woede in Priscilla’s ogen en Lisette voelde zich zeker nog niet op haar gemak. Nog steeds hield een dreigende rechterhand een moordwapen vast die in een enkele beweging haar hart kon doorboren.

Tijdens het korte gesprek had  Lisette kans gezien  haar andere pols te ontdoen van het koord waar ze mee vastzat. Zonder na te denken hief ze haar bovenlichaam van de tafel en richtte ze haar beide handen op die van Priscilla. Niet rekenend op de brute kracht van Lisette schoot het wapen met een vaart naar beneden.

‘Je moet …’ gorgelde het nog. Lisette zag het lichaam ineen zakken, het  hoofd in een knik haaks op die van de priem.

 

 

 

Stekend

balletOm tien uur precies was de balletklas afgelopen.
Lisette van Vliet en haar beste vriendin hadden zich anderhalf uur in zweet gewerkt. Ze snakten beide naar een verfrissende douche.
‘Ga je nog mee wat drinken?’
Lisette keek haar beste vriendin aan en schudde met haar hoofd.
‘Nee  joh, het is al bij elven en ik heb morgen om half negen een belangrijke vergadering. Ik wil daar eigenlijk fris aan tafel zitten en je weet hoe het gaat. Na het eerste wijntje nemen we er vast nog een voor het slapen en voor je het weet is het diep in de nacht.’
Priscilla lachte een beetje zuur maar begreep haar standpunt.
‘Prima joh, doen we het de volgende keer.’

Lisette nam afscheid met een dikke knuffel en genoot nog even van de heerlijke parfum die haar vriendin op had gedaan. Ze pakte haar fiets om te vertrekken naar haar appartement dat ongeveer drie kilometer verder was gelegen. Vanwege het prachtige zomerweer genoot  Lisette duidelijk van de zwoele avondlucht. Het ballet had haar goed gedaan na een dag hard werken. In een rustig tempo peddelde ze door het park naar huis.

Een brute hand greep haar bovenarm krachtig vast. Met een flinke ruk bracht het Lisette uit haar evenwicht en voor ze erg in had lag ze op gras naast het fietspad. Lelijk op haar heup gevallen wilde ze een schreeuw van pijn uitbrengen maar haar mond werd direct gesnoerd door een zwarte handschoen met een pluk watten erin. Voordat ze in de gaten had wat er nu echt gebeurde,  vervaagde haar wereld, ontspande haar lichaam en bleef ze bewegingsloos liggen.

Nauwelijks kreeg Lisette nog enige adem. Haar wijd opengesperde neusvleugels zogen met harde teugen de beschikbare lucht naar binnen. Ze wilde zo graag door haar mond ademhalen maar die was sinds een paar uur afgeplakt met ducktape. Ze lag op een wat eens een operatie tafel moet zijn geweest, haar handen en voeten vastgebonden, angstvallig te kijken naar een beschimmeld plafond.  Twee flinke bouwlampen lampen stonden redelijk dicht naast haar. Hun felle licht straalden over haar bezwete lichaam. Bewust. De warmte moest haar langzaam uitdrogen, niet verbranden, maar haar vooral laten zweten.

Vanuit een hoek, wat leek op een soort kelder, werd Lisette gadegeslagen door een figuur die zich hulde in een soort cape met een grote capuchon waarvan de intentie was om het gezicht te bedekken. Deze  zag haar worstelen en kronkelen.
Hoe meer je beweegt des te meer je vocht verliest hoer.
Bezwete lichamen met plakkende jurkjes, er was altijd al een obsessieve interesse geweest. Op de een of andere manier zette het aan tot een prikkelende seksuele opgewondenheid.

Lisette had alleen iets wat een donkere vlek leek opgemerkt.. De lampen waren zo fel dat ze nauwelijks de omgeving kon waarnemen. Vanuit haar ooghoeken zag ze de donkere vlek langzaam dichterbij komen.
IcePickHaar angst werd groter en gaf op die manier nog meer problemen met haar ademhaling. Het zweet brak haar aan alle kanten uit.
Ze wilde iets uitschreeuwen maar het geluid verstomde in de tape. De figuur stond nu naast Lisette die nu ook duidelijk een ijspriem in de linkerhand kon zien. Ze wilde gaan krijsen maar ze had al haar lucht nodig om te blijven ademen.

Vuile bitch dat je bent. Je bent hier om te leren en ik ben je meester. Ik zal je manieren leren.

 

Wil je weten hoe dit afloopt? Laat je e-mail hiernaast achter en je wordt vanzelf op de hoogte gebracht van alle publicaties van Mariscas. 

Elfen

Al klauterend onder het overhangende rots gedeelte door, realiseerde hij zich dat dit pad niet of zelden was betreden. In de verte had hij een waterval gezien die leek te worden opgedronken door een enorme bek van vulkanisch gesteente. Bijna direct was de drang aanwezig om het binnenste van deze onverzadigbare trog te onderzoeken. Hij was al een behoorlijk stuk gevorderd maar het laatste stukje was echt kruipdoor sluipdoor.
Ver kon het echter niet meer zijn want een mist van waterdamp werd continue over hem uitgestrooid en gutste van zijn gezicht. Glibberend over de afgesleten kasseien kwam hij pas voor pas dichter bij zijn doel.

SONY DSCHurkend kwam hij onder de laatste rotspartij vandaan. Daar stond hij dan, met voor hem  een oase aan schoonheid. Een  brede straal van zilver gekleurd water vond zijn weg naar beneden vanaf een zestig meter hoog gelegen rotswand. Haast in perfecte harmonie kletterde het water op de harde stenen, daarbij een deken opwerpend van miljoenen minuscuul kleine waterdruppeltjes. Het omringende groen versmolt deze weer tot kleine stroompjes zodat waar je ook keek het een groot symfonie was van neerdalend vocht. Voor hem openbaarde zich een waar plaatje dat zo uit een of nader sprookje was gehaald.
Ondanks het oorverdovende gekletter straalde het geheel een rust uit die hij nog niet eerder had ervaren.

Diverse soorten mos, overal stroompjes water en zelfs bloeiende plantjes in deze super natte omgeving lieten hem van de ene verbazing in de andere vallen. Hier komt nooit iemand. En toch was er iets in hem dat vertelde dat hij niet alleen was. Langzaam ronddraaiend op een groot blok steen speurde hij de omgeving af maar er was duidelijk niemand anders te bekennen. Opeens viel zijn oog op een stuk rots die een afwijkende vorm had. De restanten van het ooit vloeibare steen waren over het algemeen grillig, scherp en puntig van vorm. Deze echter niet. Hij deed een paar stappen naar voren en hield plots in.

elf+elfjeDaar stond hij, oog in oog met een wel heel bijzonder figuur. Hij knipperde nog eens met zijn ogen maar deze bedrogen hem niet. Voor hem openbaarde zich een in licht omgeven vrouwenfiguur. De diepbruine amandel ogen keken hem strak aan. Haar als gouden draden omlijstte haar puntgave gezicht. Een weerspiegelende jurk omkleedde haar fantastische figuur en haar schoentjes leken wel gemaakt van het meeste frisse mos ooit gezien. Pas toen vielen haar oren op die half schuin naar achter met de punt omhoog door haar glanzende haar staken.

‘Wie ben…nee, wat ben jij?’
Alleen het geraas van massa’s vallend water vulde de sprookjesachtige ruimte.
‘Ik ben Annwfyn’ verhulde ze met zachte stem.
‘En ja, ik ben wat je nu denkt dat ik ben. Je had me eigenlijk niet mogen zien.
Ik dacht dat wegging toen je je omdraaide.’
Vol van verbazing stond hij aan de grond genageld en was niet in staat om enig woord uit te brengen.
‘Ik zal je doen vergeten’  ging ze vervolgens verder. Je mag daarvoor iets terug vragen. Wat zal dat zijn?’
Geen van de woorden kwamen binnen en voor hij er erg in had zie hij:
‘Ik wil zo graag naar mijn hotel.’

Zwetend werd hij wakker. Hij had bijna geen oog dichtgedaan. Gehinderd door het niet donker worden gedurende de zomermaanden was hij uitgeput en moe.
Hij keek op zijn horloge. Hij had net twee uurtjes geslapen en voelde zich gebroken.

‘Vandaag gaan we naar Ragnhildur Jónsdóttir’  hoorde hij naast zich.
Zijn vriendin was al even wakker en legde een boekje vol wetenswaardigheden over IJsland terug op haar nachtkastje.
‘Kijk ik naar uit. Wat kijk je nou?’
Blijkbaar had hij de meest onnozele blik opgezet die je bedenken kon.

‘Je weet wel, die vrouw die vecht voor het voortbestaan van de elfen, ook wel de elfenfluisteraar genoemd.’
‘Doe toch niet zo mal, elfen bestaan helemaal niet. Dat weet jij toch ook.’

MH17

Ik kan niet voelen
Want mijn hart is vol van rouw
Het klopt slechts op het ritme van de dood
Als ik de vernietigende beelden aanschouw

Ik kan niet denken
Want mijn kop zit vol met spinsels
Over theorieën van complot en politiek
En vooral van die dictator verzinsels

Ik kan niet lezen
Want mijn ogen vullen zich met tranen
Van verdriet, maar ook voor hen die
Zich in de illusie van een eerlijk antwoord wanen

Ik kan niet praten
Want mijn mond zit vol met vuile woorden
Die ik zou willen uitschreeuwen
Tegen hen die onschuldigen vermoorden

Ik moet daarom schrijven
Want ook al is er maar één
Het moet in woorden worden vastgelegd
Dat dit een gevolg is van een smerig politiek gemeen

Impressies

Het was ongeveer een vijftal minuten lopen van mijn hotel. Al een paar dagen liepen we door het stadje en vanuit welke hoek je ook keek, het hoogste en tevens meest markante gebouw, was altijd zichtbaar. Gelegen op het hoogste punt in de stad toornde deze kolos van bijna vijfenzeventig meter hoog boven de in felle kleuren geschilderde huisjes uit.

kerkIk was onder de indruk van het gebouw. Geïnspireerd door de grote basalt partijen op het eiland heeft het haast een surrealistisch uiterlijk. Pas in 1986, ruim zesendertig jaar na de dood van de architect en na ruim eenenveertig bouwjaren, opende Hallgrimskirkja zijn deuren voor zijn Gemeente.

De aantrekkingskracht was enorm. Al meerdere malen had ik er op aangedrongen om naar binnen te gaan bij mijn reisgenoten. Het moment was daar. Overmand door de eenvoud en de hoeveelheid warm licht maakte dit gebouw tot een onovertroffen schoonheid. Simpel en zonder poespas straalde het uit waar het voor neer gezet was. Rust, gebed, veiligheid en geborgenheid.

Met de mond open draaide ik me halverwege om en een fantastisch instrument brandde zich vast op mijn netvlies. Maar liefst vijfduizend tweehonderdvijfenzeventig pijpen nemen het hele gedeelte boven de ingang in beslag. Met zijn tweeënzeventig registers en vier klavieren een van de meest indrukwekkende kerkorgels die ik ken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERANog onder de indruk van het enorme gevaarte zette ik mij op één van de bankjes en liet de impressies langzaam op mij inwerken. De stilte werd doorbroken met onverwachte diepe klanken die gelijk het diepste in mij raakte.
Mijn regelmatige ademhaling stokte en de lucht kwam nu met horten en stoten naar binnen. Niet lang daarna voelde ik het vocht aanzwellen in mijn ogen en een eerste traan was geboren. Haast op het ritme van de diepe klanken van de immens grote orgelpijpen baande het vocht zich een weg over mijn stoppelige wang naar beneden.

De bassen werden plots aangevuld met het serene geluid van een viool, dansend op het repeterende ritme van het orgel. Met schokken haalde ik adem en een tweede traan vond zich een weg. Ik draaide me hoofd om en zag een meisje van nog geen twintig een klassiek stuk spelen zoals ik nog zelden gehoord had. Mijn waterige ogen namen nog net waar dat er iets van Sonate en Bach op het muziekblad stond. Als dit een oefening was, hoe zou dan de uitvoering klinken?

Emoties kregen de overhand en langzaam droomde ik weg.
Zonder digitale correcties kwamen de tonen binnen en elke noot was raak.
Even was ik in een andere wereld. Een wereld zonder haat en geweld.
Alles was zuiver en puur.

‘Schat, is er iets met je?’

Iets uitbrengen kon ik niet. De eeuwige strijd of een man wel mag huilen wierp een blokkade op in mijn keel. Gelukkig was het de emotie die won.

‘Nee, niks bijzonders’ snotterde ik. ‘Dat dit nog bestaat.‘